Gevaarlijke auto-challenge hit ondanks waarschuwingen

Het wordt de ‘In My Feelings challenge’ of ‘Kiki challenge’ genoemd op social media: uit een langzaam rijdende auto springen en vervolgens dansen op het nummer In My Feelings van rapper Drake. Rijinstructeurs hebben op Facebook geen goed woord over voor de challenge. 

Radio 538 deed er onlangs in Nederland een schepje bovenop door een filmpje te plaatsen van dj’s Wietze en Chris, waarin ze meededen aan de hype. ‘Kansloos’, ‘slecht voorbeeld voor jongeren’, en ‘boycot 538’, waren de reacties vanuit de rijschoolbranche.

‘Kwajongensstreek’

Volgens een persvoorlichter van Radio 538 moet er niet te zwaar aan getild worden: “Het is een kwajongensstreek van Wietze en zijn sidekick en zij hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat dit filmpje verantwoord is gemaakt. Wij gaan er ook van uit dat onze luisteraars zelf logisch nadenken over alles wat ze doen”, laat 538 desgevraagd weten.

In Putten liep de rage enkele dagen geleden compleet uit de hand. De auto van de bestuurder belandde tegen een boom. Andere auto’s moesten zelfs uitwijken. De video’s waar de challenge niet goed afloopt, zijn het populairst op internet.

‘Ongelooflijk dom’

Ook Veilig Verkeer Nederland is niet te spreken over de gevaarlijke rage. “Je ziet veel van dit soort filmpjes op internet waar mensen van hun sokken worden gereden als ze op de openbare weg een dansje doen. Het is levensgevaarlijk en ongelooflijk dom om dit in het verkeer te doen”, zegt woordvoerder Rob Stomphorst. “Bovendien dekt de verzekering de schade niet. Zet je de auto stil op je erf en doe je daarnaast een dansje? Geen probleem.”

Het CBR reageert kort maar krachtig op de challenge: “Dit is gevaarlijk”, zegt woordvoerster Irene Heldens. “Voor jezelf en voor anderen. Niet doen dus!” Ook minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur) heeft via Twitter gereageerd op de hype: “Waanzin! Niet doen!”.

Lees ook: Nieuwe campagne tegen drugsgebruik in verkeer

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 07 Aug 2018 15:36:44 +0000

IBKI geeft tips voor praktijkbegeleiding op Nationale Rijschooldag

Vanwege de grote belangstelling vorig jaar, geeft IBKI dit jaar opnieuw een workshop tijdens de Nationale Rijschooldag. IBKI-examinatoren Dook van de Ven en Marcel Disselköter geven tips over hoe rijinstructeurs het beste hun vijfjaarlijkse praktijkbegeleiding kunnen afleggen. De Nationale Rijschooldag vindt plaats op 18 september bij Autotron in Rosmalen.

Sinds begin 2017 heeft IBKI al diverse presentaties gegeven over dit vijfjaarlijkse examen voor rijinstructeurs. De praktijkbegeleiding wordt door veel rijinstructeurs namelijk vaak omschreven als het opvoeren van een toneelstukje. Tijdens de workshop op de Nationale Rijschooldag leggen Marcel Disselköter en Dook van de Ven punt voor punt uit wat er wordt verwacht van de rijinstructeur.

‘Vlot, veilig en zelfstandig’

“We maken praktijkbegeleidingen mee waarbij een instructeur tegen de leerling zegt dat hij ‘vlot, veilig en zelfstandig’ een opdracht heeft voltooid, terwijl we zelf hebben gezien dat dat absoluut niet zo is”, liet examinator Disselköter eerder al weten aan RijschoolPro.

“Het gaat er niet om of de leerling iets onder de knie krijgt, het gaat om de vaardigheden van de instructeur en hoe hij zijn les aanpakt. Uiteindelijk kijken we naar het didactisch handelen, dit moet aansluiten bij de leerling. Zoals het vaststellen of een leerling een opdracht goed of fout heeft uitgevoerd, oftewel ‘het opmerken van fouten’.”

Overigens denken veel instructeurs dat hun praktijkbegeleiding alleen maar kan slagen als de leerling een taak succesvol heeft afgerond, merkt Disselköter op. Het is echter geen vereiste dat de leerling zijn doelstelling haalt.

Workshop bijwonen

Wie de workshop vorig jaar heeft gemist, of de sessie nogmaals wilt bijwonen, kan zich aanmelden via de website van de Nationale Rijschooldag. Bekijk daar ook meteen het complete programma van de workshops.

Tijdens de Nationale Rijschooldag op 18 september kunnen rijschoolhouders en rijinstructeurs vakinhoudelijke kennis opdoen aan de hand van gratis workshops, de Rijschoolbeurs én het Nationaal Rijschool Congres. Ook staan er tientallen lesauto’s en lesmotoren klaar om te testen. Het evenement vindt dit jaar plaats op een nieuwe locatie: Autotron in Rosmalen.

Lees ook: Nationaal Rijschool Congres: ‘In de toekomst juist meer rijles nodig’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Tue, 14 Aug 2018 15:02:17 +0000

Seat test langste en efficiëntste truck van Europa

Seat heeft in Spanje een proef uitgevoerd met een nieuwe duo trailer: de grootste en meest efficiënte truck die nu op de snelwegen in een aantal Europese landen rondrijdt. De combinatie heeft een totale lengte van 31,7 meter. Volgens Seat kan met de duo-trailer het aantal vrachtauto’s op de weg met 50 procent worden verminderd.

De duo trailer zal in de komende maanden worden ingezet bij het transport van auto-onderdelen. De combinatie bestaat uit twee 13,6 meter lange trailers die worden getrokken door een Scania, ook een merk van de Volkswagen Group.

Drukke wegen

De combinatie heeft een totale lengte van 31,7 meter en een maximaal laadvermogen van 70 ton. Hiermee is een vermindering van de CO2-uitstoot van 20 procent per trip mogelijk, meldt Seat. Ook zorgt de combinatie voor een reductie van 25 procent in de logistieke kosten van het transport van onderdelen. De duo trailer is speciaal voor het gebruik op drukke wegen ontworpen. Hij verlaagt het aantal ‘gewone’ trucks dat op conventionele wegen rijdt, de routes waar het grootste aantal verkeersongevallen plaatsvindt.

Volgens Christian Vollmer, vice-president voor productie en logistiek van Seat, zorgt de duo trailer ervoor dat het aantal vrachtwagens op de weg met 50% wordt verminderd. “Dit impliceert enorme voordelen op het gebied van duurzaamheid, verantwoordelijkheid voor het milieu, veiligheid en efficiëntie.” Voorlopig wordt de pilot afgesloten met een rapport waarin de prestaties en voordelen van dit nieuwe voertuig worden beschreven zodat het in de nabije toekomst in Spanje kan worden gestandaardiseerd.

Hoger niveau

Seat en het Spaanse transportbedrijf Grupo Sesé hebben zich twee jaar geleden hardgemaakt voor duurzame mobiliteit voor het wegvervoer toen zij een mega-truck introduceerden in Spanje. De vrachtwagen van meer dan 25 meter lang was toen de langste, meest duurzame truck die op de Spaanse wegen rondreed.

De komst van de duo-trailer zal de CO2-uitstoot in vergelijking met een conventionele vrachtwagen nog meer verlagen, van 14 naar 20 procent. De belangrijkste reden hierachter is de verbeterde efficiëntie van het brandstofverbruik per gereden ton vracht, omdat de duo-trailer zes meter en tien ton meer laadcapaciteit heeft in vergelijking met een normale vrachtwagencombinatie.

Daarnaast is de duo trailer efficiënter in te zetten bij het vervoer over spoor. De treinwagoninfrastructuur is namelijk ontworpen om maximaal 13,6 meter lange trailers te vervoeren, zoals die op de duo-trailer. Daardoor zou de combinatie het vervoer per trein naar de rest van Europa kunnen bevorderen.

Nederland

In Nederland, Duitsland en België zijn ecocombi’s in gebruik met een lengte van maximaal 25,25 meter. Spanje wil met de voorzichtige toelating van de duo trailer nog een stap verder gaan. Tot grensoverschrijdende inzet zal het in dit geval niet komen, meldt zusterblad Nieuwsblad Transport, omdat Europese regelgeving zich daar nog tegen verzet. Brussel is net zover dat het wil toestaan dat ecocombi’s straks de Nederlands-Duitse, Nederlands-Belgische en Belgisch-Duitse grens overgaan.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Redactie
Publicatie datum: Tue, 14 Aug 2018 09:57:25 +0000

Marjan Hagenzieker lid van Raad van Toezicht CBR

Marjan Hagenzieker, hoogleraar Verkeersveiligheid aan de Technische Universiteit Delft, is benoemd tot lid van de Raad van Toezicht van het CBR. Dat heeft de exameninstantie maandag bekendgemaakt.

Naast haar werk bij de TU Delft heeft zij een deeltijdaanstelling bij het Noorse instituut voor transportonderzoek TØI. Hiervoor was zij ook vele jaren wetenschappelijk adviseur bij SWOV. Hagenzieker is van origine gedragswetenschapper en promoveerde aan de Universiteit Leiden op onderzoek naar de effecten van beloningen voor veilig verkeersgedrag.

Ingewikkelder

“Voordat auto’s volledig zelfstandig rijden zal het ingewikkelder op de weg worden voor bestuurders. Dat vraagt veel van het CBR, nu en in de toekomst”, zegt Petra Delsing, algemeen directeur. “Daarom zijn wij erg blij met de komst van Marjan Hagenzieker. Want haar expertise ligt juist op het gebied van slimme auto’s, complexe verkeerssituaties en het gedrag van weggebruikers”.

Sinds deze maand heeft de Raad van Toezicht ook een nieuwe voorzitter: Jan Mengelers. Hij volgt Gerlach Cherfontaine op die op 1 mei afscheid nam als voorzitter.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 13 Aug 2018 15:55:05 +0000

Studie: rijtaakondersteunende systemen nog lang niet veilig

Geavanceerde rijtaakondersteunende systemen werken op dit moment nog lang niet feilloos. Het gaat dan bijvoorbeeld om ‘lane-keeping’-systemen, cruise control die zelf de snelheid kan aanpassen en de noodrem. Hoewel verschillende autofabrikanten deze opties in nieuwe auto’s inbouwen, functioneren ze niet goed in alle verkeerssituaties. Zo remmen ze niet snel genoeg voor auto’s die stilstaan en herkennen ze strepen op de weg niet altijd.

Dit blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse Insurance Institute for Highway Safety (IIHS). Voor het onderzoek zijn dergelijke systemen in auto’s van BMW, Mercedes-Benz, Tesla en Volvo onder de loep genomen. Dit zijn geen systemen waardoor een auto volledig zelfrijdend wordt, maar ze nemen wel taken over van de chauffeur die daardoor minder goed gaat opletten. Juist dat kan gevaarlijke situaties opleveren, denkt IIHS.

Testen

Het Amerikaanse instituut heeft gemerkt dat verschillende verkeerssituaties kunnen zorgen dat de rijtaakondersteunende systemen niet of minder goed werkten. Als er geen lijnen worden gedetecteerd op de weg zwenken de auto’s uit en daardoor kunnen er onveilige situaties ontstaan. De cruise control past zich wel aan als de auto voor het voertuig vaart mindert, maar kan niet altijd goed omgaan met een stilstaande auto. En ook drempels en heuvels kunnen plotseling de werking van dergelijke systemen fors hinderen.

“Ontwerpers worstelen met de neveneffecten die inherent zijn aan geautomatiseerde assistentie”, aldus David Zuby, hoofdonderzoeker bij de IIHS. “Als auto-ontwerpers de functionaliteit van deze systemen beperken om bestuurders betrokken te houden, riskeren ze een terugslag omdat de systemen niet genoeg ontwikkeld zijn. Maar als de systemen te capabel lijken, zullen bestuurders ze misschien niet de aandacht geven die nodig is om ze veilig te gebruiken.”

Zelfrijdend

“Een voertuig dat in alle situaties zichzelf kan besturen is op dit moment nog niet beschikbaar en zal dat voorlopig ook nog niet zijn”, aldus de onderzoekers. De organisatie zegt wel de komende tijd meer onderzoeken te blijven uitvoeren en wil een systeem ontwikkelen zodat klanten zelf geavanceerde rijtaakondersteunende systemen kunnen beoordelen.

Tijdens de Nationale Rijschooldag op dinsdag 18 september gaan we dieper in op het thema rijtaakondersteunende systemen en de zelfrijdende auto in het Nationaal Rijschool Congres. Wil je er ook bij zijn? Schrijf je dan in via onze registratiepagina.

Lees ook: ‘In de toekomst juist méér rijles nodig’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Inge Jacobs
Publicatie datum: Mon, 13 Aug 2018 07:45:00 +0000

‘In de toekomst juist méér rijles nodig’

Dat rijassistentiesystemen hun beperkingen hebben, weet Wilbert van Beersum maar al te goed. Daarom is hij ervan overtuigd dat de hulpmiddelen kansen bieden voor rijscholen. De oprichter van de Veldhovense Rij-instructeurs Opleiding (VRO), geeft onder meer bijscholing over ADAS. Dinsdag 18 september 2018 vertelt hij tijdens het Nationaal Rijschool Congres over deze hulpmiddelen: welke systemen zijn er, wat zijn de knelpunten en welke kansen liggen er voor de rijschoolbranche?

Zo’n vier jaar geleden begon Wilbert van Beersum met de bijscholing ADAS. Hij merkte dat er destijds nog weinig aandacht voor de hulpsystemen was in de rijschoolbranche. “In de verschillende werkgroepen binnen de branche gaf ik aan dat het belangrijk is om verder te kijken naar de toekomst. En dan heb ik het niet over de komende vijf jaar. Aanvankelijk werd er wat sceptisch gereageerd: leuk en aardig, dat ADAS, maar zover is het nog lang niet.”

Meer interesse

Die reacties zijn de afgelopen jaren veranderd: “Nu is het nog zo dat de meeste hulpsystemen in duurdere auto’s zitten. Niet elke rijschoolhouder heeft natuurlijk het geld om zo’n auto te kopen. Toch merk ik dat er meer interesse is. Er staat immers elke dag wel iets in de media over ADAS of autonoom rijden.”

Van Beersum past zijn bijscholing ook elke keer aan met het laatste nieuws. “De ontwikkelingen gaan zo snel. Bij de eerste versies van rijstrookassistentie hield het systeem de auto tussen de kantlijn en de aslijn. Nieuwere systemen hebben die lijnen helemaal niet meer nodig. Ze kunnen auto’s via gps en satelliet op landwegen laten rijden, zonder dat het stuur wordt aangeraakt.” Toch gaan de ontwikkelingen niet zo snel dat we over tien jaar al volledig autonoom rond kunnen rijden, verwacht hij. “De infrastructuur is daar niet op voorbereid en er moet nog regelgeving komen. Wél moeten we hierover nadenken zodat we klaar zijn wanneer dat moment wél komt. Dat geldt ook voor de rijinstructeurs, het CBR, IBKI en het ministerie.”

Kansen

Van Beersum krijgt regelmatig de vraag: gaat mijn werkgebied verdwijnen? “Ik vind dat je niet moet denken in bedreigingen maar in kansen. Dat ons beroep gaat veranderen, is duidelijk. Sterker nog: het beroep is al veranderd: een jaar of dertig terug kauwden de instructeurs alles voor aan hun leerling, die het vervolgens probeerden na te doen. Inmiddels hebben we de RIS-methodiek en is de rijopleiding gebaseerd op lerend leren: probeer het zelf maar, als het goed gaat heb je er iets van geleerd en als het niet goed gaat ook. Er is meer ruimte om fouten te maken.”

Van Beersum denkt dat rijinstructeurs in de toekomst zich met name bezig gaan houden met het aanleren van hulpsystemen en het omgaan met deze systemen. “Als je vandaag een nieuwe auto koopt, moet je zelf het initiatief nemen om iemand te vinden die jou de hulpsystemen kan uitleggen. Hier liggen de kansen voor de rijschoolbranche. Misschien is er straks juist méér rijles nodig.” Mensen hebben nu al vaak geen idee wat de auto allemaal kan, ziet Van Beersum. Of het nu gaat om het start-stopsysteem of de afstandbediening van de auto. “Een heel simpel voorbeeld: je ramen openen door de knop op je afstandbediening vast te houden. Veel mensen weten dit niet eens.”

Alert zijn

Van Beersum is groot voorstander van adaptive cruise control. “Ik gebruik dit systeem inmiddels tien jaar. Als de auto voor mij een hogere snelheid gaat rijden, gaat mijn auto mee, zonder dat ik daar iets voor hoef te doen. Als die auto langzamer gaat rijden of remt, doet mijn auto dat ook automatisch. Ik ben het zelf helemaal gewend, maar voor wie dit systeem voor het eerst gebruikt, is het vreemd.”

Hoewel hij vertrouwen heeft in de techniek, zijn er ook momenten waarop de bestuurder alert moet zijn, benadrukt hij. “Een klassiek voorbeeld: als ik met mijn auto op de snelweg achter een vrachtwagen rijd met zo’n 90 kilometer per uur, en ik heb het systeem ingesteld op 130, dan vliegt de snelheid van de auto omhoog zodra ik een afrit neem. De auto ziet immers niemand meer voor zich. De leerling moet dan leren op tijd de adaptive cruise control terug te zetten naar 90, of het systeem uit te schakelen. Ook komt het voor dat wanneer je als bestuurder een veilige afstand houdt tot je voorligger, er toch nog een auto tussenkruipt. Op dat moment ziet jouw auto ineens een obstakel op de weg en trapt vervolgens op de rem.”

Oud autootje

Dan de opmerking die Van Beersum regelmatig te horen krijgt: ‘mijn leerling koopt straks toch een oud autootje, daar zitten al die systemen niet in.’ “Dan zeg ik: ooit zijn we begonnen met een navigatiesysteem van TomTom die we met een zuignap tegen de voorruit plakten. Dit vonden we in het begin maar overbodig. Op een gegeven moment ging het CBR de navigatie toestaan en zelfs verplichten. Als je nu een nieuwe auto koopt, zit die navigatie gewoon ingebouwd. Deze ontwikkeling geldt ook voor rijstrookassistentie en dodehoekverklikkers. Deze hulpmiddelen worden steeds meer standaard. Ja, de eerste auto die leerlingen kopen zal wellicht een oudje zijn, maar ze zullen vast ook af en toe in de nieuwere auto van pa en ma rijden.”

Overigens maakt Wilbert van Beersum zich niet alleen hard voor het opleiden met ADAS; hij vindt het ook belangrijk dat er één rijbewijs komt voor zowel schakelauto’s, hybrides en elektrische (en dus automaat) auto’s. “Ik zou het liefste morgen nog elektrisch willen rijden met ons wagenpark, maar dat gaat nu nog niet.”  Hoewel een buitenstaander het niet merkt, is het CBR hier op de achtergrond wel degelijk mee bezig, verzekert Van Beersum. “Gelukkig staat het CBR hier ook voor open.”

Ook automobilisten worden positiever over het rijden met een automaat. “Vroeger wilde men niet met een automaat op examen vanwege het suffe imago. Tegenwoordig hebben veel mensen in Amerika weleens met een automaat rondgereden. Zij komen erachter dat het gewoon perfect rijdt. Bovendien is rijden met een automaat veiliger: je hebt beide handen constant aan het stuur en je hoeft geen aandacht te verdelen over het sturen en het schakelen.”

ADAS in praktijkexamen

Het CBR heeft in 2016 ADAS toegestaan toegestaan in het examen, mits het niet de rijtaak overneemt. “Dat is een heldere uitspraak, alleen heb ik een lijst met 144 verschillende systemen. Het zou mooi zijn als het CBR duidelijk maakt welke systemen nu wel en niet zijn toegestaan. Dit heeft echter tijd nodig. Ook het CBR moet hier nog ervaring mee opdoen. Zij zitten met een lastig vraagstuk: in hoeverre kun je nog goed beoordelen hoe iemand rijdt als hij ADAS gebruikt?”

Vorig jaar deed RijschoolPro onderzoek naar het gebruik van ADAS in de rijopleiding. Daaruit bleek dat maar liefst 78 procent van de rijinstructeurs vindt dat de hulpsystemen onderdeel moeten zijn van de rijles. Toch zien zij ADAS niet graag terugkomen als standaard onderdeel bij het praktijkexamen. 61 procent is tegen het verplicht stellen in het praktijkexamen.

Wilbert van Beersum gaat op 18 september graag de discussie aan met de deelnemers tijdens het Nationaal Rijschool Congres. “Ik hoop door te prikkelen mensen wakker te schudden. Mensen hoeven het ook niet met me eens te zijn: ik sta open voor kritische vragen en opmerkingen.”

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 09 Aug 2018 07:16:41 +0000

Beginnersregeling rijbewijs blijkt na 16 jaar fiasco

Het beginnersrijbewijs, waarbij beginnende automobilisten na twee ernstige overtredingen een rijvaardigheidsonderzoek krijgen, heeft zich na 16 jaar nog niet bewezen. De pakkans is erg klein en àls deze bestuurders al worden aangehouden, heeft dit niet altijd consequenties vanwege slechte communicatie tussen instanties. Bovendien zijn automobilisten nauwelijks op de hoogte van de regeling, terwijl deze juist voor een schrikeffect moet zorgen. Dat blijkt uit een evaluatie van het beginnersrijbewijs.

Aan de werking van de beginnersregeling wordt al lange tijd getwijfeld. Tot op heden was er geen bewijs dat het beginnersrijbewijs effectief was: noch uit het verloop van het aantal ongevallen, noch uit het aantal beginnende bestuurders met strafpunten. Daarom hebben de ministers van Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid opdracht gegeven om een evaluatie te maken.

Verkeersovertredingen voorkomen

De beginnersregeling moet verkeersovertredingen en verkeersongevallen onder beginnende bestuurders helpen voorkomen. In 2002 is de regeling ingevoerd. Iedereen die als 16- of 17-jarige een rijbewijs haalt, wordt de eerste zeven jaar aangemerkt als beginnende bestuurder. Vanaf 18 jaar geldt een periode van vijf jaar.

Met de invoering van begeleid rijden is de beginnerstermijn aangepast. Voor jongeren die in het kader van begeleid rijden op hun zeventiende het rijbewijs B halen, geldt eveneens een beginnerstermijn van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum afgifte van dat rijbewijs ongeacht of de bestuurder op dat tijdstip van afgifte al in het bezit was van een rijbewijs voor de categorie AM of T.

Handhaving

De beginnersregeling heeft de vorm van een puntenrijbewijs. Bepaalde ernstige verkeersovertredingen door beginnende bestuurders worden geregistreerd. Een voorwaarde voor registratie is dat de politie de overtreding zelf heeft geconstateerd. Alleen bij staandehouding kan de politie namelijk vaststellen wie de bestuurder is.

Vervolgens krijgt de bestuurder een punt toegekend. Bij een tweede veroordeling volgt een tweede punt. Hiervan wordt door de officier van justitie een mededeling gedaan aan het CBR. Op basis van de mededeling legt het CBR aan de beginnende bestuurder de verplichting op om mee te werken aan een onderzoek naar de rijvaardigheid. Wanneer op basis van dit onderzoek blijkt dat de beginnende bestuurder niet over de vereiste rijvaardigheid beschikt, wordt zijn rijbewijs ongeldig verklaard.

De handhaving is een van de grootste obstakels om van deze regeling een succes te maken. Het aantal staandehoudingen in het verkeer door de politie is in de afgelopen jaren afgenomen. Daarmee is de pakkans voor beginnende bestuurders ook kleiner geworden. Bovendien kunnen bestuurders slechts voor een beperkt aantal ernstige verkeersovertredingen punten krijgen.

Punten niet doorgegeven

Een ander probleem is dat de politie na een staandehouding niet altijd doorgeeft aan het OM dat het om een beginnende bestuurder gaat, dus wordt er ook geen punt uitgedeeld. In 2014 zijn ten minste 976 punten te weinig toegekend (30 procent van het totaal aantal toegekende punten in 2014) en in 2016 gaat het om ten minste 723 punten die ontbraken (26 procent van het aantal toegekende punten in 2016). Als de politie de zaak wél kenbaar maakt bij het OM als een zaak tegen een beginnende bestuurder, dan wordt deze alsnog niet altijd als zodanig herkend of opgepakt door het OM.

Naast slechte communcatie tussen politie en OM gaat er ook het een en ander fout bij het doorgeven van de punten door het OM aan het CBR. “In een substantieel aantal gevallen heeft het OM geen mededeling uitgebracht aan het CBR, terwijl dit wel had gemoeten”, aldus de onderzoekers.

In de jaren 2012 tot en met 2016 heeft het OM 46 mededelingen uitgebracht aan het CBR. Het CBR heeft in deze periode 41 mededelingen ontvangen. Het CBR heeft vervolgens bij 25 bestuurders een onderzoek naar de rijvaardigheid verricht dat in 4 gevallen heeft geleid tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.

Onbekendheid

Verder zijn beginnende bestuurders lang niet altijd bekend met de regeling. Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de bestuurders zonder punten en met punten niet goed op de hoogte is van het beginnersrijbewijs. De regeling wordt verward met het puntenrijbewijs, terwijl het puntenrijbewijs voor àlle bestuurders geldt en zich richt op het rijden onder invloed van alcohol. Of bestuurders denken dat rijden onder invloed eveneens onder de beginnersregeling valt. Daarnaast zijn bestuurders niet goed op de hoogte van de consequenties van het toekennen van punten. Het is dan ook niet vreemd dat bestuurders zich niet laten afschrikken door de regeling.

Tenslotte zetten de onderzoekers ook nog hun vraagtekens bij de efficitiviteit van het rijvaardigheidsonderzoek door het CBR: “De uitvoeringspraktijk wijst uit dat het beschikken over onvoldoende rijvaardigheid doorgaans niet de belangrijkste oorzaak is voor wangedrag in het verkeer, maar de persoonlijkheid of het gedrag van de bestuurder.”

Aanbeveling

De onderzoekers hebben met verschillende experts en ketenpartners besproken hoe de regeling effectiever kan worden. Een van de opties is dat wanneer er een onderzoek loopt naar een bestuurder, hij of zij gedurende het onderzoek al een rijverbod krijgt. Ook kan het voertuig in beslag worden genomen.

Verder benadrukken ze het belang van handhaving, maar ook voorlichting over de beginnersregeling. Bij deze voorlichting zouden bijvoorbeeld rijinstructeurs en rijexaminatoren kunnen worden ingeschakeld. Ministers Ferdinand Grapperhaus en Cora van Nieuwenhuizen hebben toegezegd dat ze uiterlijk 13 september inhoudelijk zullen reageren op deze evaluatie.

Lees hier de evaluatie van Regioplan

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Fri, 10 Aug 2018 08:15:51 +0000

‘In de toekomst wellicht juist méér rijles nodig’

Dat rijassistentiesystemen hun beperkingen hebben, weet Wilbert van Beersum maar al te goed. Daarom is hij ervan overtuigd dat de hulpmiddelen kansen bieden voor rijscholen. De oprichter van de Veldhovense Rij-instructeurs Opleiding (VRO), geeft onder meer bijscholing over ADAS. Dinsdag 18 september 2018 vertelt hij tijdens het Nationaal Rijschool Congres over deze hulpmiddelen: welke systemen zijn er, wat zijn de knelpunten en welke kansen liggen er voor de rijschoolbranche?

Zo’n vier jaar geleden begon Wilbert van Beersum met de bijscholing ADAS. Hij merkte dat er destijds nog weinig aandacht voor de hulpsystemen was in de rijschoolbranche. “In de verschillende werkgroepen binnen de branche gaf ik aan dat het belangrijk is om verder te kijken naar de toekomst. En dan heb ik het niet over de komende vijf jaar. Aanvankelijk werd er wat sceptisch gereageerd: leuk en aardig, dat ADAS, maar zover is het nog lang niet.”

Meer interesse

Die reacties zijn de afgelopen jaren veranderd: “Nu is het nog zo dat de meeste hulpsystemen in duurdere auto’s zitten. Niet elke rijschoolhouder heeft natuurlijk het geld om zo’n auto te kopen. Toch merk ik dat er meer interesse is. Er staat immers elke dag wel iets in de media over ADAS of autonoom rijden.”

Van Beersum past zijn bijscholing ook elke keer aan met het laatste nieuws. “De ontwikkelingen gaan zo snel. Bij de eerste versies van rijstrookassistentie hield het systeem de auto tussen de kantlijn en de aslijn. Nieuwere systemen hebben die lijnen helemaal niet meer nodig. Ze kunnen auto’s via gps en satelliet op landwegen laten rijden, zonder dat het stuur wordt aangeraakt.” Toch gaan de ontwikkelingen niet zo snel dat we over tien jaar al volledig autonoom rond kunnen rijden, verwacht hij. “De infrastructuur is daar niet op voorbereid en er moet nog regelgeving komen. Wél moeten we hierover nadenken zodat we klaar zijn wanneer dat moment wél komt. Dat geldt ook voor de rijinstructeurs, het CBR, IBKI en het ministerie.”

Kansen

Van Beersum krijgt regelmatig de vraag: gaat mijn werkgebied verdwijnen? “Ik vind dat je niet moet denken in bedreigingen maar in kansen. Dat ons beroep gaat veranderen, is duidelijk. Sterker nog: het beroep is al veranderd: een jaar of dertig terug kauwden de instructeurs alles voor aan hun leerling, die het vervolgens probeerden na te doen. Inmiddels hebben we de RIS-methodiek en is de rijopleiding gebaseerd op lerend leren: probeer het zelf maar, als het goed gaat heb je er iets van geleerd en als het niet goed gaat ook. Er is meer ruimte om fouten te maken.”

Van Beersum denkt dat rijinstructeurs in de toekomst zich met name bezig gaan houden met het aanleren van hulpsystemen en het omgaan met deze systemen. “Als je vandaag een nieuwe auto koopt, moet je zelf het initiatief nemen om iemand te vinden die jou de hulpsystemen kan uitleggen. Hier liggen de kansen voor de rijschoolbranche. Misschien is er straks juist méér rijles nodig.” Mensen hebben nu al vaak geen idee wat de auto allemaal kan, ziet Van Beersum. Of het nu gaat om het start-stopsysteem of de afstandbediening van de auto. “Een heel simpel voorbeeld: je ramen openen door de knop op je afstandbediening vast te houden. Veel mensen weten dit niet eens.”

Alert zijn

Van Beersum is groot voorstander van adaptive cruise control. “Ik gebruik dit systeem inmiddels tien jaar. Als de auto voor mij een hogere snelheid gaat rijden, gaat mijn auto mee, zonder dat ik daar iets voor hoef te doen. Als die auto langzamer gaat rijden of remt, doet mijn auto dat ook automatisch. Ik ben het zelf helemaal gewend, maar voor wie dit systeem voor het eerst gebruikt, is het vreemd.”

Hoewel hij vertrouwen heeft in de techniek, zijn er ook momenten waarop de bestuurder alert moet zijn, benadrukt hij. “Een klassiek voorbeeld: als ik met mijn auto op de snelweg achter een vrachtwagen rijd met zo’n 90 kilometer per uur, en ik heb het systeem ingesteld op 130, dan vliegt de snelheid van de auto omhoog zodra ik een afrit neem. De auto ziet immers niemand meer voor zich. De leerling moet dan leren op tijd de adaptive cruise control terug te zetten naar 90, of het systeem uit te schakelen. Ook komt het voor dat wanneer je als bestuurder een veilige afstand houdt tot je voorligger, er toch nog een auto tussenkruipt. Op dat moment ziet jouw auto ineens een obstakel op de weg en trapt vervolgens op de rem.”

Oud autootje

Dan de opmerking die Van Beersum regelmatig te horen krijgt: ‘mijn leerling koopt straks toch een oud autootje, daar zitten al die systemen niet in.’ “Dan zeg ik: ooit zijn we begonnen met een navigatiesysteem van TomTom die we met een zuignap tegen de voorruit plakten. Dit vonden we in het begin maar overbodig. Op een gegeven moment ging het CBR de navigatie toestaan en zelfs verplichten. Als je nu een nieuwe auto koopt, zit die navigatie gewoon ingebouwd. Deze ontwikkeling geldt ook voor rijstrookassistentie en dodehoekverklikkers. Deze hulpmiddelen worden steeds meer standaard. Ja, de eerste auto die leerlingen kopen zal wellicht een oudje zijn, maar ze zullen vast ook af en toe in de nieuwere auto van pa en ma rijden.”

Overigens maakt Wilbert van Beersum zich niet alleen hard voor het opleiden met ADAS; hij vindt het ook belangrijk dat er één rijbewijs komt voor zowel schakelauto’s, hybrides en elektrische (en dus automaat) auto’s. “Ik zou het liefste morgen nog elektrisch willen rijden met ons wagenpark, maar dat gaat nu nog niet.”  Hoewel een buitenstaander het niet merkt, is het CBR hier op de achtergrond wel degelijk mee bezig, verzekert Van Beersum. “Gelukkig staat het CBR hier ook voor open.”

Ook automobilisten worden positiever over het rijden met een automaat. “Vroeger wilde men niet met een automaat op examen vanwege het suffe imago. Tegenwoordig hebben veel mensen in Amerika weleens met een automaat rondgereden. Zij komen erachter dat het gewoon perfect rijdt. Bovendien is rijden met een automaat veiliger: je hebt beide handen constant aan het stuur en je hoeft geen aandacht te verdelen over het sturen en het schakelen.”

ADAS in praktijkexamen

Het CBR heeft in 2016 ADAS toegestaan toegestaan in het examen, mits het niet de rijtaak overneemt. “Dat is een heldere uitspraak, alleen heb ik een lijst met 144 verschillende systemen. Het zou mooi zijn als het CBR duidelijk maakt welke systemen nu wel en niet zijn toegestaan. Dit heeft echter tijd nodig. Ook het CBR moet hier nog ervaring mee opdoen. Zij zitten met een lastig vraagstuk: in hoeverre kun je nog goed beoordelen hoe iemand rijdt als hij ADAS gebruikt?”

Vorig jaar deed RijschoolPro onderzoek naar het gebruik van ADAS in de rijopleiding. Daaruit bleek dat maar liefst 78 procent van de rijinstructeurs vindt dat de hulpsystemen onderdeel moeten zijn van de rijles. Toch zien zij ADAS niet graag terugkomen als standaard onderdeel bij het praktijkexamen. 61 procent is tegen het verplicht stellen in het praktijkexamen.

Wilbert van Beersum gaat op 18 september graag de discussie aan met de deelnemers tijdens het Nationaal Rijschool Congres. “Ik hoop door te prikkelen mensen wakker te schudden. Mensen hoeven het ook niet met me eens te zijn: ik sta open voor kritische vragen en opmerkingen.”

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Thu, 09 Aug 2018 07:16:41 +0000

‘Subsidies nodig voor overstap naar elektrische snorfiets’

Het verbieden van snorfietsen met een verbrandingsmotor gaat veel weerstand oproepen. Daarom moet de overheid subsidies verstrekken voor de aanschaf van elektrische snorscooters, waardoor de interesse voor alternatieven aanwakkert. Dat blijkt uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.

Staatssecretaris Van Veldhoven overweegt snorfietsen met verbrandingsmotor op termijn uit het straatbeeld te laten verdwijnen. Later volgt wellicht ook een uitfasering van de bromfietsen met verbrandingsmotor. Wanneer dit gaat gebeuren, is nog niet duidelijk.

In aanloop naar het besluit onderzocht het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) hoe snorfietsbezitters kunnen reageren als er straks geen snorfiets meer met verbrandingsmotor te koop is. Hiervoor onderzocht KiM ook wie de snorfietsbezitter precies is.

Toename snorfietsers

Tussen 2007 en 2017 is het aantal snorfietsen in Nederland van ongeveer 300.000 naar ongeveer 700.000 toegenomen. De maximumrijsnelheid van de snorfiets is 25 kilometer per uur, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Voor een bromfiets geldt een maximum van 45 kilometer per uur.

Snorfietsen worden vooral gebruikt door mensen van vijftig jaar en ouder. Ook zijn snorfietsers voor het overgrote deel mannen. De meeste snorfietsen per 1.000 inwoners waren vorig jaar te vinden in steden als Arnhem, Amersfoort en Eindhoven.

De snorfietsen worden vooral gebruikt voor woon-werkverkeer (35 procent), direct gevolgd door winkelen en boodschappen doen (18 procent). 23 procent van de mensen gebruikt zijn snorfiets dagelijks. Het snorfietsbezit is relatief hoog onder de ontvangers van een uitkering (circa 5 procent). Zij bezitten vergeleken met andere categorieën minder vaak een personenauto (40 procent) en de snorfiets zal dan ook vaak de personenauto vervangen.

Populair

Om verschillende redenen is de snorfiets populair, concludeert KiM. Ze zijn relatief goedkoop en hebben een lange levensduur. Ze zijn snel, wendbaar en zijn overal, zonder kosten, te parkeren. Snorfietsen hebben een grote actieradius en bieden de gebruikers vrijheid: een helm is niet nodig. Tenslotte hebben ze onder gebruikers een positief, stoer imago en zijn voor sommigen een statussymbool.

KiM verwacht dan ook weerstand tegen een uitfasering, stellen de onderzoekers. “In de ogen van de consument is er nog geen volwaardig alternatief, aangezien de elektrische snorscooters nog te duur zijn, de actieradius beperkt is en het opladen als ‘gedoe’ wordt ervaren”, schrijven ze.

Gedwongen

Bij een uitfasering van snorfietsen met verbrandingsmotor zullen mensen gedwongen zijn over te stappen op een ander vervoermiddel. Het overgrote deel kiest voor de (elektrische) fiets, (elektrische) brommer of het openbaar vervoer en een klein deel geeft aan voortaan voor de auto te kiezen. Circa 15 procent van de snorfietsers in grote steden zal de overstap naar elektrische snorfiets maken.

De overstap van snorfiets naar bromfiets lijkt een relatief makkelijke, stellen de onderzoekers. Zeker wanneer lokale wegbeheerders besluiten op bepaalde wegen snorfietsers met helmplicht naar de rijbaan te verwijzen. Op basis van de huidige, beperkte onderzoeksgegevens lijkt het volgens het KiM reëel te veronderstellen dat de elektrische snorfiets op meerdere fronten een steun in de rug kan gebruiken wil het een alternatief zijn voor de benzine-snorfiets.

Stimuleren

Om de adoptie van elektrische tweewielers te stimuleren, hebben Rijk en gemeenten verschillende opties. Zoals milieuzones en subsidies. Ze wijzen ook op psychologische mogelijkheden als het stimuleren van proefritten, het faciliteren van elektrische deelscooters en de zichtbaarheid van de oplaadpunten vergroten. Tenslotte wijzen ze op sociale mogelijkheden. Gemeenten en Rijk zouden bijvoorbeeld de eerste gebruikers (de zogenoemde ‘early adopters’) en bekende Nederlanders als rolmodel en ambassadeur kunnen inzetten.

Lees ook: Kaartje: hier moeten snorfietsers de rijbaan op in Amsterdam

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Tue, 07 Aug 2018 09:28:09 +0000

100-jarige Limburgse rijdt nog dagelijks auto

De 100-jarige Adrie Bos-de Ridder stond er zelf ook van te kijken: haar rijbewijs is onlangs weer verlengd met vijf jaar. “Op het gemeentehuis werd ik gefeliciteerd; dit hadden ze nog nooit meegemaakt”, vertelt ze aan De Limburger.

“Ik dacht: misschien krijg ik een jaartje”, zo vertelt de Zuid-Limburgse tegen de krant. “Eigenlijk heb ik daar ook niks voor hoeven te doen, kreeg alleen een korte medische keuring.” Mevrouw Bos-de Ridder beseft dat ze boft met haar gezondheid. Ze slikt geen medicijnen en woont zelfstandig, alleen komt er eens per twee weken een thuishulp.

Snelwegen

De 100-jarige vult haar dagen met gym, thai chi, een bezoek aan de kapper, bridgen en autorijden in Zuid-Limburg. “Overdag ben ik heel veel weg. Je kunt maar het beste bezig blijven.” Haar jongste dochter van 71 woont met haar man in Groningen, maar komt eveneens geregeld langs. Zelf rijdt ze sinds haar 84e niet meer naar Groningen. “Autorijden doe ik graag, maar niet meer zo ver en snelwegen ontwijk ik. Als ik merk dat ik onzeker word, dan stop ik acuut.”

Bron foto: De Limburger

Lees ook: ‘Rijvaardigheid moet leidend zijn bij verplichte rijtest’

Bron: Verkeerspro
Auteur: Nadine Kieboom
Publicatie datum: Mon, 06 Aug 2018 10:45:04 +0000