‘Aanpassing rijopleiding en -examen noodzakelijk’

De rijopleiding, het examen en het ervaringstraject moeten op de schop. Dit gaat gebeuren omdat beginnende bestuurders te vaak verantwoordelijk zijn voor verkeersongevallen. Maatregelen zijn noodzakelijk, schrijft minister Van Nieuwenhuizen van IenW in een brief aan de Tweede Kamer. 

In de rijopleiding en tijdens het examen moet meer aandacht komen voor gevaarpredictie en risicogedrag. Leerlingen moeten bovendien meer worden begeleid en geleidelijk rijervaring opdoen. Ook komen er meer examenmomenten. Concreet zijn de maatregelen nog niet, eerst wordt nagegaan wat de effecten van deze aanpassingen zijn en hoe deze in de praktijk vorm moeten krijgen.

De reden voor de aangekondigde veranderingen ligt in het feit dat het aantal verkeersdoden onder auto-inzittenden in de categorie 18- t/m 24- jarigen relatief hoog is: in 2018 vielen 45 verkeersdoden in deze categorie. Dat blijkt uit de Monitor Verkeersveiligheid 2019. Ook werden vorig jaar 91 verkeersdoden geregistreerd bij ongevallen waarbij een 18- t/m 24-jarige autobestuurder betrokken was.

Niet voldoende

De huidige beleidsmaatregelen, in de vorm van 2toDrive en de beginnersregeling met strafpunten, zijn niet voldoende om de verkeersveiligheid te verbeteren. Deze groep vraagt extra beleidsinzet. Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat schrijft dit in een verzamelbrief over verkeersveiligheid aan de Kamer. Op woensdag 18 december zou er een algemeen overleg over de verkeersveiligheid plaatsvinden, het overleg is uitgesteld tot nader order.

Onderzoek naar nieuwe maatregelen

Ter voorbereiding op een nieuwe aanpak van de beginnende bestuurder is een (internationaal) literatuuronderzoek uitgevoerd en hebben gesprekken met de SWOV plaatsgevonden. Uit dat onderzoek is een overzicht gekomen van de problematiek en de maatregelen voor jonge, beginnende bestuurders.

Daarna is samen met TeamAlert een onderzoek uitgevoerd. Voor dit onderzoek is de doelgroep ondervraagd, net als enkele stakeholders. Het onderzoek richtte zich op het draagvlak voor maatregelen, mogelijke barrières en ideeën over hoe nieuwe maatregelen het beste uitgevoerd kunnen worden.

Gevaarpredictie en risicogedrag

Er zou met name draagvlak zijn voor aanpassing van de rijopleiding en voor extra maatregelen ná het behalen van het rijbewijs. Die maatregelen richten zich vooral op de harde kern van overtreders. Meer specifiek blijkt er veel draagvlak te zijn voor meer aandacht voor gevaarpredictie en risicogedrag van de leerling in het opleidings- en examentraject, meer begeleid en geleidelijk rijervaring opdoen en meerdere examenmomenten.

Proeftuinen

Concreet zijn al deze plannen voor maatregelen nog niet, er is meer voorbereiding nodig. Daarom worden proeftuinen voor de praktijktoetsing van een vernieuwd opleidings-, ervarings- en examentraject opgezet. Ook wordt in overleg met diverse stakeholders bekeken hoe de aanpak verder moet worden doorontwikkeld.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 19 Dec 2019 09:44:48 +0000

180 handtekeningen voor petitie verkeerslessen van LBKR

De petitie van de LBKR om verkeersonderwijs een vast lesonderdeel op de middelbare school te maken mocht rekenen op 180 handtekeningen. Dinsdag is de petitie aangeboden aan leden van de Tweede Kamer. Agnes Mulder (CDA) nam als voorzitter van de vaste commissie Infrastructuur en Waterstaat de petitie in ontvangst.

De LBKR startte begin september een online petitie om verkeersonderwijs een vast lesonderdeel op de middelbare school te maken. Het is ‘te laat’ wanneer pas in de rijopleiding serieus aandacht wordt besteed aan de regels en gewenst gedrag in het verkeer, vindt de beroepsvereniging.

Voor rijinstructeurs zou de gebrekkige kennis van verkeersregels onder jongeren een doorn in het oog zijn. “De kennis van de verkeersregels is over het algemeen belabberd”, argumenteert de LBKR in de aankondiging van de actie. “En wellicht belangrijker, de juiste verkeersmentaliteit vorm je niet in de pak ’m beet 45 uur die een gemiddelde autorijopleiding duurt.” Reden om in het voortgezet onderwijs al verplicht aandacht aan regels en gedrag te besteden, pleiten ze. De petitie stond open tot 17 december en kon rekenen op 180 handtekeningen.

Overhandigt aan de commissie

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat bestaat uit een aantal kamerleden die de bereikbaarheid en leefomgeving in de portefeuille hebben. De commissie overlegt regelmatig met de minister en de staatssecretaris van IenW. De commissie hoort ook de stem van betrokkenen uit het veld door rondetafelgesprekken te houden en op werkbezoek te gaan. 25 Kamerleden zijn lid. Bij het overhandigen van de petitie waren aanwezig: Agnes Mulder (CDA), Remco Dijkstra (VVD), Roy van Aalst (PVV), Wytske Postma (CDA), Rutger Schonis (D66), Léonie Sazias (50plus) en Cem Laçin (SP).

Bij de overhandiging was het bestuur van de LBKR aanwezig, net als leden van de belangenvereniging voor motorrijders MAG. Jos Post van de LBKR overhandigde de papieren aan voorzitter Agnes Mulder.

Structurele verkeersles

Verkeerseducatie op het voortgezet onderwijs gebeurt momenteel incidenteel en op vrijwillige basis. Volgens LBKR is het structureel aanbieden van verkeerslessen essentieel is om de kennis van verkeersregels onder jongeren te vergroten, het gewenste verkeersgedrag te stimuleren en een positieve impuls te geven aan de verkeersmentaliteit. De beroepsvereniging stipt in de petitie de stijging van het aantal verkeersslachtoffers en -doden aan als argument voor verkeersles op school. Ook de toename van het aantal meldingen van hufterig gedrag in het verkeer is reden om aan de bel te trekken. “Om de verkeersveiligheid in Nederland te verbeteren, zal de oplossing vooral gezocht moeten worden in een vorm van permanente verkeerseducatie. Met andere woorden: niet alleen aandacht voor verkeer tijdens de rijopleiding en het examen, maar vooral daarvoor en daarna!”

Verkeersles komt er hoe dan ook

LBKR is met de petitie door de actualiteit ingehaald. In een verzamelbrief van de minister van IenW over verkeersveiligheid van 16 december valt te lezen dat verkeerseducatie inderdaad onderdeel wordt van het curriculum op zowel de basisschool als de middelbare school. Half oktober presenteerden ontwikkelteams van leraren en schoolleiders hun voorstellen al bij de overheid. Deze voorstellen worden nu uitgewerkt tot vernieuwde onderwijsdoelen. Het is straks een wettelijke verplichting voor scholen om hier aandacht aan te besteden. ‘Met het verankeren van verkeersveiligheid in het nieuwe curriculum zorgen we ervoor dat verkeerseducatie een duidelijke plek op school heeft’, staat in de verzamelbrief.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 18 Dec 2019 10:05:56 +0000

Aantal ernstig verkeersgewonden stijgt in jaar tijd met 1.000

Het aantal ernstig verkeersgewonden is in 2018 toegenomen tot 21.700, zo’n 1.000 meer dan in 2017. Vooral dodelijke slachtoffers onder de fietsers, scootmobielrijders en 80-plussers vertonen de afgelopen tien jaar een ongunstige ontwikkeling en verdienen daarom extra aandacht. Dit concludeert de SWOV in de Monitor Verkeersveiligheid 2019.

Het aantal verkeersdoden dat in 2018 viel, werd eerder dit jaar bekend. Vorig jaar kwamen 678 om onderweg, 65 meer dan in 2017. 678 is het hoogste aantal sinds 2010. De laatste piek was in 2009: toen waren 720 verkeersdoden te betreuren. Het leek sindsdien de goede kant op te gaan: zowel in 2013 als in 2014 stond de teller op 570 slachtoffers.

De SWOV drukt het dan nog zachtjes uit als het zegt dat het ‘niet goed gaat’ met de verkeersveiligheid in Nederland. Het is volgens de onderzoekers ‘onwaarschijnlijk’ dat de doelstelling van maximaal 500 verkeersdoden in 2020 gehaald wordt. De doelstelling van maximaal 10.600 ernstig verkeersgewonden in 2020 is zelfs ‘onhaalbaar’.

Ongevallenregistratie

Kwetsbare weggebruikers zijn volgens de onderzoekers onder meer fietsers: het aantal verkeersdoden onder hen neemt neemt toe. 80-plussers lopen ook gevaar. Datzelfde geldt voor bestuurders van scootmobielen en invalidenvoertuigen. In beide groepen groeit het aantal verkeersdoden.

De onderzoekers kunnen op dit moment nog niet veel zeggen over de ontwikkelingen van het aantal ernstig verkeersgewonden naar de vervoerswijze van de slachtoffers. Dat heeft onder meer te maken met de kwaliteit van de verkeersongevallenregistratie door de politie.

Vaker onderweg

Het instituut voor wetenschappelijk onderzoek naar verkeersveiligheid noemt wel ‘mogelijk verklarende factoren’ voor de stijging in het aantal dodelijke slachtoffers. Een van die factoren is dat we, als gevolg van de huidige gunstige economische situatie, vaker onderweg zijn. De vergrijzing speelt ook mee: ouderen zijn fysiek kwetsbaar. Mee speelt bovendien dat het gebruik van de telefoon en andere apparatuur in de auto en op de fiets toeneemt. Tenslotte nam het aantal staande houdingen, als je het vergelijkt met 2006, sterk af.

Voor fietsers en ouderen is volgens de onderzoekers ‘gerichtere aandacht’ nodig. In het bijzonder beveelt SWOV aan om fietsen veiliger te maken, onder andere door fietsvoorzieningen veiliger in te richten. En om bij het ontwerp van het verkeerssysteem uit te gaan van ‘de oudere mens als norm’. Daarnaast is het volgens het onderzoeksinstituut zaak om te blijven inzetten op maatregelen voor andere groepen slachtoffers, zoals jonge automobilisten en berijders van gemotoriseerde tweewielers.

Intensivering

Wat betreft veilig verkeersgedrag is ‘specifiek aandacht’ nodig voor het verminderen van telefoongebruik tijdens verkeersdeelname. Datzelfde geldt voor drankgebruik. “Deze en andere risicogedragingen kunnen worden teruggedrongen door een verdere intensivering van de verkeershandhaving. De verkeershandhaving is in de periode 2015-2018 weliswaar weer iets toegenomen, maar nog lang niet op het niveau van 2007.”

Vorige week liet minister Van Nieuwenhuizen weten dat zij tot 2030 50 miljoen euro per jaar beschikbaar stelt voor verkeersveiligheidsmaatregelen. Hiermee wordt er, schrijft de SWOV, voor het eerst in 15 jaar weer ‘substantieel’ extra in verkeersveiligheid geïnvesteerd. “Het is nu zaak dat dit geld wordt besteed aan effectieve maatregelen, met name op het onderliggend wegennet, en dat er wordt gemonitord en zo nodig wordt opgeschakeld.”

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Jan Pieter Rottier
Publicatie datum: Wed, 18 Dec 2019 06:02:48 +0000

Autobanden oppompen gaat in de praktijk vaak niet goed

Zelf je autoband oppompen blijkt in de praktijk vaak niet tot de gewenste bandenspanning te leiden. Dat blijkt uit onderzoek van CE Delft. Uit een praktijkmeting onder 92 gebruikers van gangbare pompen bij tankstations blijkt dat na het oppompen van de autobanden de bandenspanning gemiddeld met slechts 0,2 bar is toegenomen. De gebruiker verwacht echter een vermeerdering van 0,4 bar.

In ruim een derde van de gevallen verlagen gebruikers onbedoeld de bandenspanning van minimaal een van de banden. Dit komt omdat de bandenspanning bij aanvang hoger was dan de spanning die op de pomp is ingesteld. De praktijkmeting toont tevens aan dat gebruikers correctiefactoren voor winterbanden, warme banden en buitentemperatuur niet kennen of niet toe passen. Bovendien geeft in enkele gevallen de pompinstallatie een foutmelding. Deze melding heeft echter dezelfde pieptoon als wanneer de band op spanning is. Daardoor ontstaat verwarring, omdat gebruikers ten onrechte stoppen met pompen omdat zij het geluidssignaal per definitie als positief beschouwen.

Na het oppompen is de spanning van bijna de helft van alle autobanden lager dan de adviesspanning. Bij nagenoeg alle luchtpompen waar de praktijkproef is gedaan was voorlichting met een instructiesticker aanwezig vanuit de gedragscampagne ‘Kies de Beste Band’.

Klimaatakkoord

Wanneer de pomp beter gebruikt zou worden, kan dit tot een CO2-reductie leiden van maximaal 0,28 Mton CO2 per jaar op landelijk niveau. Daarnaast levert het een brandstofkostenbesparing van 190 miljoen euro per jaar op. Dat blijkt uit het onderzoek van CE Delft. Indirect leiden de daling van de brandstofproductie (als gevolg van het lagere brandstofverbruik) en een langere levensduur van de banden jaarlijks tot iets minder dan 0,1 Mton CO2 besparing.

Het Klimaatakkoord wil dat in 2030 50 procent meer mensen met de juiste bandenspanning rijden om zo CO2 te reduceren. Het is aan te raden om te onderzoeken of er meerdere manieren dan voorlichting zijn om suboptimaal gebruik van reguliere luchtpompen te voorkomen.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 19 Dec 2019 17:01:54 +0000

Lachgas mogelijk verboden als roesmiddel

Lachgas mag wellicht binnenkort niet meer als roesmiddel worden gebruikt. Staatssecretaris Blokhuis wil een verbod, maar er is nog geen meerderheid in de kamer voor. Onderzoekers concluderen dat lachgas gevaarlijker is dan gedacht, ook in het verkeer.

Lachgas komt op een zwarte lijst van de Opiumwet, schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis aan de Tweede Kamer. Daarop staan onder meer qat en slaapmiddelen. “Het recreatief gebruik van lachgas heeft zich ontwikkeld tot een drugsprobleem en daarmee is de Opiumwet de juiste route om dit aan te pakken”, vindt Blokhuis.

Blokhuis maakt zich extra zorgen omdat de gebruikers vaak jong, onervaren en kwetsbaar zijn. Bovendien is lachgas een gevaar in het verkeer. Voor Blokhuis’ voorstel is nog geen meerderheid in de Kamer.

Maatregelen

Burgemeesters, politiechefs en artsen dringen al langer aan op maatregelen tegen lachgas. Blokhuis wachtte de bevindingen af van het CAM, dat nieuwe drugs onderzoekt. Het CAM ziet niet alleen bij overmatig gebruik gevaren. Wie bijvoorbeeld zonder het te weten een vitamine B12-tekort heeft, kan al na een enkel ballonnetje “ernstige neurologische schade” oplopen. Het aantal meldingen van gezondheidsklachten na lachgasgebruik steeg de afgelopen jaren snel.

Het leek echter moeilijk om lachgas te verbieden. Het gas wordt ook gebruikt in bijvoorbeeld slagroomspuiten en als verdovend middel in tandartsstoel of spreekkamer. Voor zulk “eigenlijk gebruik” maakt de wet straks een uitzondering. Dan moet wel heel precies duidelijk zijn waarvoor lachgas wél toegestaan moet blijven. Blokhuis en justitieminister Ferd Grapperhaus gaan daarover komende tijd met leveranciers en afnemers praten.

Jongeren ontdekten lachgas pas massaal toen de rechter het gebruik drie jaar geleden vrijgaf. Voordien werd het aangemerkt als geneesmiddel en golden er strenge regels. De regeringspartijen lijken verdeeld over lachgas. Vooral CDA en ChristenUnie drongen aan op een verbod.

Het verbod kan over een maand of negen ingaan, denkt Blokhuis. De staatssecretaris roept gemeenten op om lachgas tot die tijd al zoveel mogelijk terug te dringen. Producenten vraagt hij alleen nog klanten te bedienen die het middel goed gebruiken.

(ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 09 Dec 2019 11:05:37 +0000

Nieuwe WRM gaat 1 april in, ‘echte rijbewijsleerling’ bij praktijkbegeleiding wordt verplicht

De ‘nieuwe WRM’ gaat 1 april in. Vanaf dan moet de praktijkbegeleiding met een echte rijbewijsleerling worden gedaan. Ook hoeft er nog maar één praktijkbegeleiding worden afgelegd en bij onvoldoende resultaat is er een herkansingstraject in plaats van een sanctie. Eerder werd 1 januari aangehouden als datum voor de inwerkingtreding. Die datum wordt niet gehaald omdat het voor het IBKI niet haalbaar is de processen en procedures op tijd aan te passen.

De gewijzigde Wet Rijonderricht Motorrijtuigen 1993 (WRM), inclusief het gewijzigde Besluit Rijonderricht Motorrijtuigen 2009 (BRM) en de gewijzigde Regeling Rijonderricht Motorrijtuigen 2009 (RRM) treden op 1 april 2020 in werking. Dat schrijft minister Van Nieuwenhuizen deze week in een brief aan de Tweede Kamer.

De nieuwe regels vloeien voort uit de wijzigingen van de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen 1993, die op 19 december 2018 door de Tweede Kamer is aangenomen. In de brief meldt de minister verder wat zij doet met alle moties, die tijdens de behandeling van de gewijzigde WRM in november 2018 de steun hebben gekregen van een meerderheid van de Kamerleden. Ook schrijft zij achter het initiatief van de branche te staan om gezamenlijk tot een nieuw startdocument te komen.

Langdurende besluitvorming

Aanvankelijk was het streven om de wijzigingen per 1 januari 2020 in te voeren, maar die datum bleek te ambitieus. De besluitvorming over de nieuwe BRM en RRM kostte meer tijd dan voorzien. Daardoor was het voor IBKI niet haalbaar was om haar processen en procedures tijdig aan te passen.

De belangrijkste wijzigingen op een rijtje:

  • De sanctie (ofwel: het verlies van de WRM-bevoegdheid) wordt vervangen door een ‘educatief traject’;
    Het resultaat van de eerste praktijkbegeleiding gaat meetellen. Bij de beoordeling ‘voldoende’ is een tweede praktijkbegeleiding niet nodig;
  • Een VOG wordt verplicht;
  • De praktijkbegeleiding moet met een echte leerling worden uitgevoerd;
  • Het lesonderwerp tijdens de stagebeoordeling en de praktijkbegeleiding wordt afhankelijk van het feitelijke ‘begingedrag’ van de echte leerling en zal mede door de examinator worden bepaald;
  • Stagementoren moeten vijf jaar ervaring hebben als rijinstructeur en moeten verplicht een theoretische bijscholing voor stagementoren volgen.

Uit de brief

Het afleggen van de praktijkbegeleiding met een ‘echte leerling’ geeft volgens minister Van Nieuwenhuizen een realistischer beeld van de kwaliteiten van een rijinstructeur. Dat moet de kwaliteit van de gehele sector doen verbeteren.

Voorlopig is het geen vereiste om minimaal vijf jaar rijervaring te hebben voordat je instructeur kunt worden. Deze maatregel wordt overigens nog wel geëvalueerd en wellicht over vijf jaar alsnog ingevoerd.
Er komt een pasfoto op de WRM-pas, zodat de instructeur aan de hand daarvan geïdentificeerd kan worden. De foto moet het voor de leerling makkelijker maken om te checken of hij wel bij een instructeur instapt.

Voorlopig komt er geen rijscholenregister. Wel wordt momenteel onderzocht of zo’n register zou bijdragen aan het waarborgen van kwaliteit in de branche. Hierbij wordt onder meer gekeken hoe andere EU-landen dit hebben geregeld. De uitkomst van de onderzoek moet er in ‘het voorjaar van 2020’ liggen.

Uitstel

Van Nieuwenhuizen schrijft in haar brief dat de wet, het besluit en de regeling op 1 april in werking moeten treden. Eerder zou dit op 1 januari ingaan. De datum is opgeschoven om het IBKI de tijd te geven de automatisering van de planning- en registratiesystemen op orde te krijgen.

Het uitstel van de inwerkingtreding heeft dus niet te maken met het rapport van de Adviescollege toetsing regeldruk. Het ATR sprak haar zorgen uit over de nieuwe wetgeving met betrekking tot de ‘echte’ leerling en het stagetraject. Het advies van de ATR is vrijblijvend, de minister lijkt ervoor gekozen te hebben het rapport naast zich neer te leggen.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 11 Dec 2019 11:17:54 +0000

Van Nieuwenhuizen: half miljard euro voor verkeersveiligheid

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) wil een half miljard euro beschikbaar stellen voor verkeersveilige infrastructuur. Ze hoopt dat provincies en gemeenten eenzelfde bedrag willen investeren zodat er de komende tien jaar in totaal een miljard euro extra beschikbaar komt voor het aanpakken van gevaarlijke verkeerssituaties in gemeenten en provincies.

Minister van Nieuwenhuizen: “De impact van een verkeersongeval is groot. Achter de kille cijfers over het toenemend aantal verkeersongelukken, schuilen verhalen van groot menselijk leed en verdriet. We doen al veel om de verkeersveiligheid te verbeteren. Denk aan het recente app-verbod op de fiets en de campagnes om mensen te wijzen op het gevaar van afleiding en alcohol in het verkeer. Maar we moeten een stap extra zetten. Ik wil daarom een half miljard euro beschikbaar stellen en hoop dat provincies en gemeenten meedoen. Zodat we met elkaar de trend kunnen keren.”

Jaarlijks 50 miljoen

De minister spreekt woensdag met bestuurders van provincies en gemeenten over het verbeteren van de verkeersveiligheid. Van Nieuwenhuizen zal in dat gesprek aanbieden om het bedrag dat provincies en gemeenten uittrekken voor het verbeteren van de verkeersveiligheid, te verdubbelen. In de periode 2020-2030 wil de minister daar jaarlijks 50 miljoen euro voor beschikbaar stellen.

Vorig jaar presenteerden ministers Van Nieuwenhuizen en Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) samen met provincies, gemeenten, vervoersregio’s en verschillende maatschappelijke organisaties een nieuwe visie op veilig verkeer, het Strategisch Plan Verkeersveiligheid.

Gevaarlijke situaties

Als onderdeel van die aanpak worden in provincies en gemeenten de gevaarlijke wegen, fietspaden en kruispunten en rotondes in kaart gebracht. Met het extra geld dat de minister nu beschikbaar wil stellen, kunnen deze gevaarlijke situaties snel worden aangepakt.

De afgelopen jaren stagneerde de daling van het aantal verkeersslachtoffers. In 2018 was er zelfs een stijging van het aantal verkeersdoden met ruim tien procent. De meerderheid van de verkeersslachtoffers valt op gemeentelijke en provinciale wegen.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 11 Dec 2019 07:15:20 +0000

Column Frank Hoornenborg (Bovag): Verkeersveiligheid

‘Wij hebben een verantwoordelijkheid om de nieuwe automobilisten op de juiste manier met rijhulpsystemen om te laten gaan, of dat nou wel of niet al formeel geregeld is als examenonderdeel.’ Dat vindt Frank Hoornenborg van Bovag. Lees hier zijn column van december. 

“Vrijwel elke nieuwe auto is tegenwoordig uitgerust met een automatisch remsysteem, dodehoekdetectie, rijbaanwaarschuwing of cruise control die automatisch afstand houdt, of met een combinatie van die technische snufjes. Ik heb op deze plek al vaker betoogd dat al die technologie het (leren) autorijden eerder moeilijker dan makkelijker maakt.

Ja, die techniek kan zeer nuttig zijn en uiteraard de verkeersveiligheid bevorderen, maar dan moet de bestuurder wél precies weten hoe hij de piepjes en lampjes moet interpreteren. En hij moet zich er terdege van bewust zijn dat ADAS is bedoeld om te ondersteunen bij het rijden, niet om het rijden over te nemen. We kennen allemaal de beelden van Tesla-rijders die een dutje doen of hun e-mail bijwerken terwijl de autopilot kennelijk het werk doet. Maar er duiken net zoveel beelden op van Tesla’s die het toch niet helemaal bij het rechte eind bleken te hebben en in de kreukels liggen.

Kennismaking

Wij rijschoolhouders beschikken doorgaans over relatief nieuwe auto’s en onze voertuigen zijn voor de jeugdige aspirant-bestuurders dan ook hun eerste kennismaking met ADAS. En naarmate de tijd vordert, zal de auto van paps en mams ook steeds vaker daarmee uitgerust zijn. Wij hebben dus een verantwoordelijkheid om de nieuwe automobilisten op de juiste manier met deze systemen om te laten gaan, of dat nou wel of niet al formeel geregeld is als examenonderdeel.

Het is in toenemende mate een onlosmakelijke en cruciale functionaliteit van een auto en dus is het onze taak de leerling daarin wegwijs te maken. En op dit moment is het tevens van groot belang erop te wijzen dat rijhulpsystemen nog lang niet feilloos zijn én dat ze in verschillende auto’s ook verschillend kunnen werken. Nog even los van het feit dat autofabrikanten er momenteel uiteenlopende commercieel interessante benamingen aan geven.

Bovag pleit in elk geval voor eenduidigheid en standaardisatie daarin. Iemand die z’n Opel inruilt voor een Mazda moet er wat ons betreft op kunnen vertrouwen dat de cruise control en het automatische remsysteem op dezelfde manier functioneren. En dat de instructie hierover in de inhoudsopgave van de handleiding onder dezelfde letter is te vinden. Dat is nu nog lang niet het geval. Werk aan de winkel (en een gat in de markt) voor elke rijschool die veiligheid en kwaliteit hoog in het vaandel heeft staan.”

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 10 Dec 2019 10:20:15 +0000

ANWB: doorbraak stekkerauto’s bij particulieren in 2020

Elektrische auto’s breken volgend jaar door bij particulieren. Stekkerauto’s kunnen steeds langer rijden op een volle batterij. Bovendien wordt het prijsverschil met benzine- en dieselauto’s kleiner en komt er een aanschafsubsidie. Dat meldt de ANWB in zijn jaarlijkse Elektrisch Rijden-monitor.

Ruim de helft van de Nederlanders overwoog in 2018 om op termijn een elektrische auto aan te schaffen, zo komt naar voren uit onderzoek dat marktonderzoeker Blauw uitvoerde voor de ANWB. Volgens de onderzoekers zien veel mensen hier uiteindelijk toch vanaf, vooral vanwege de hoge aanschafprijs.

De ANWB verwacht dat hier volgend jaar verandering in komt. De interesse in elektrisch rijden neemt volgens hetzelfde onderzoek toe, als Nederlanders te horen krijgen dat er volgend jaar een aanschafsubsidie komt. Hier kan volgens de autovereniging nog veel gewonnen worden. Veel mensen weten helemaal niet dat die subsidie er komt en dat er bovendien geen motorrijtuigenbelasting hoeft te worden betaald voor elektrische auto’s.

Daarnaast komen er steeds meer volledig elektrische auto’s op de markt, die ook steeds betaalbaarder worden. Ook de goedkope modellen kunnen steeds verder rijden op een volle batterij.

(Bron: ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 10 Dec 2019 06:17:17 +0000

Rijden met bioptische telescoop mag voortaan ook in het donker

Wie gebruik maakt van een bioptisch telescoopsysteem (BTS) mag voortaan ook ’s nachts autorijden. Wel moet er dan eerst een rijtest worden afgelegd om de rijgeschiktheid aan te tonen. Voorheen waren mensen die een BTS gebruiken beperkt tot rijden bij daglicht. 

Een bioptische telescoop is een kleine telescoop die op een brillenglas geplaatst wordt voor een beter zicht op afstand. Sinds 2009 is het in uitzonderingsgevallen toegestaan overdag een personenauto te besturen met behulp van een BTS. De vaste Commissie Rijgeschiktheid heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat nu geadviseerd over rijden met een BTS in het donker en beveelt aan om die beperking bij daglicht op te heffen. Voorwaarde is dan wel dat het CBR een individuele rijtest in het donker afneemt.

Individuele rijtest

Er zijn maar weinig mensen die gebruik maken van een BTS. Daarom benadrukt de vaste Commissie Rijgeschiktheid dat het onmogelijk is een wetenschappelijk verantwoorde uitspraak te doen over deze categorie bestuurders. Vandaar dat de individuele rijtest in het donker een voorwaarde is om ’s nachts met de telescoop te mogen rijden.

De Regeling eisen geschiktheid 2000 (REG2000) is afgelopen november aangepast. Deze regeling gaat over de rijgeschiktheid van mensen met een beperking. In de wijziging van november werd ook op opgenomen dat  mensen met autisme bepaalde medicatie mogen gebruiken achter het stuur.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Fri, 13 Dec 2019 06:22:38 +0000