Voormalig ProRail-baas gaat aan de slag bij het CBR

Voormalig ProRail-directeur Pier Eringa gaat bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan de slag om de directie te ondersteunen de achterstand weg te werken bij de verlenging van hun rijbewijs. Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft hem gevraagd om mee te helpen om de volgens haar schrijnende situatie op te lossen van mensen die buiten hun schuld zonder rijbewijzen komen te zitten.

“Het CBR heeft ernstige problemen met het proces van de beoordeling van de rijgeschiktheid. De doorlooptijden zijn te hoog en veel mensen worden hierdoor geraakt”, schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer. “Met alle gevolgen van dien voor bijvoorbeeld werk, mantelzorg of sociale contacten.”

Operationele deskundigheid

Ze geeft aan dat in samenspraak met de voorzitter van de raad van toezicht van het CBR is besloten om de raad zo snel mogelijk tijdelijk aan te vullen met operationele deskundigheid. “De heer Pier Eringa, tot voor kort president directeur van ProRail, is bereid gevonden om als aanvulling op de Raad van Toezicht, de directie van het CBR met zijn ervaring en deskundigheid te ondersteunen.”

Eringa zal de functie bij het CBR combineren met zijn nieuwe baan als algemeen directeur van Transdev Nederland, waarmee hij op 1 september is gestart. Transdev Nederland is het moederbedrijf van onder andere Connexxion, Hermes en Witte Kruis.

ProRail, waar Eringa zo’n 4,5 jaar aan de leiding stond, wordt de komende jaren omgevormd van een besloten vennootschap (bv) naar een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). Eringa had bij het ministerie van IenW aangegeven het spoorbedrijf als publieke organisatie niet te willen leiden en verruilde het spoorbedrijf daarom op 1 september voor Connexxion. Het CBR is ook een zbo.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Marieke Van Gompel
Publicatie datum: Wed, 11 Sep 2019 06:48:26 +0000

Doorlooptijden bij CBR lopen verder op 

De doorlooptijd voor klanten van wie de medische informatie door een CBR-arts moet worden beoordeeld, loopt verder op. Deze klanten moeten negen tot negentien weken wachten voordat ze bericht van het instituut krijgen. 

Het CBR heeft over de wachttijden ook goed nieuws te melden. Zo lopen sinds juli alle nieuwe medische dossiers via het digitale systeem. Deze klanten gaan automatisch door het systeem heen en zij hebben te maken met minimale wachttijden. Dit betekent dat circa een derde van alle klanten nu een snellere dienstverlening ervaart, doordat zij automatisch door het CBR worden verwezen en ook het besluit automatisch wordt genomen. Het gaat hierbij om klanten die bij een keuring niets mankeren en klanten met bijvoorbeeld diabetes, verminderde gezichtsscherpte, nierschade, inwendige ziekten of een ICD.

Negen tot negentien weken 

De doorlooptijden voor klanten bij wie de CBR-arts zelf de informatie moet beoordelen, lopen verder op. Zij moeten gemiddeld negen weken tot uiterlijk negentien weken wachten voordat zij een bericht van het het instituut ontvangen. Het CBR geeft aan de situatie te ‘betreuren’ en er alles aan te doen om dit te verbeteren. De komende maanden zullen deze lange doorlooptijden echter nog niet zijn opgelost.

Voorrang

Sinds begin dit jaar wordt voorrang gegeven aan klanten van wie het rijbewijs binnenkort verloopt, of al verlopen is, en die minimaal negentig dagen voor het verlopen van hun rijbewijs een Gezondheidsverklaring opstuurden. Ook verklaringen voor een groot rijbewijs krijgen voorrang.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 10 Sep 2019 12:14:51 +0000

Column Frank Hoornenborg (Bovag): ‘Gluren bij de buren’

De rijschoolbranche vormt de kopgroep als het gaat om verkeersveiligheid, vindt Frank Hoornenborg van Bovag Rijscholen. In zijn maandelijkse column voor RijschoolPro kijkt hij daarom over de landsgrenzen op zoek naar ‘best practices’. 

Soms denk ik wel eens dat we het in Nederland moeilijk vinden om te leren van anderen. Om open te staan voor goede invloeden van buiten. Want wij hebben het immers zo goed voor elkaar hier. Want wie zou ons nog iets kunnen leren? Maar daarmee doen we onszelf te kort. Niemand heeft immers de waarheid in pacht.

Ja, Nederland is een relatief verkeersveilig land. Maar…

  • het aantal verkeersslachtoffers stijgt weer;
  • er zijn nog steeds te veel gelukszoekers in rijscholenland, waarbij de professionaliteit ver te zoeken is;
  • er zijn nog steeds te veel ouders en leerlingen die de druk bij een rijschool zo hoog opvoeren dat ze te vroeg afrijden;
  • er komen drastische veranderingen op de rijschoolbranche af, zoals verregaande ADAS-systemen en op termijn zelf grotendeels autonoom opererende auto’s.

Wat mij betreft zijn er geen heilige huisjes.

Dus we moeten aan de bak. En wat mij betreft zijn er geen heilige huisjes. Ik zie bijvoorbeeld dat we in Nederland tamelijk vastgeroest zitten in een examen-gestuurd systeem. Ik wil wel de discussie aangaan of dat niet op de schop moet. En ja, ik ken de haken en ogen van een ander systeem. Ik snap dat bijvoorbeeld het voorschrijven van een minimum aantal lessen op grote praktische bezwaren stuit en ongewenst gedrag uitlokt. Maar toch moeten we het er over hebben met elkaar.

Omkijken 

Ik zie ook dat we in Nederland niet meer naar verkeersdeelnemers omkijken als ze eenmaal hun rijbewijs hebben, met uitzondering van beroepschauffeurs. Wie al dertig jaar zijn rijbewijs heeft, is niet of nauwelijks op de hoogte van de nieuwste verkeersregels, verkeersborden en inzichten. Een kersverse rijbewijsbezitter wordt volledig aan zijn of haar lot overgelaten, krijgt nooit meer serieuze feedback, behalve wellicht van een ongeruste ouder. Terwijl een beginnende chauffeur in Oostenrijk bijvoorbeeld verplicht in het eerste jaar moet terugkomen, waarbij onder meer naar gedrag wordt gekeken. Ik vind dat we het daar over moeten hebben. Ook al is het tegen de trend van de overheid in om de burger met zo min mogelijk verplichtingen en extra regels op te zadelen, toch moeten continu afwegen of we het nog wel goed doen. We hebben het tenslotte over verkeersveiligheid. 

Best practices 

Laten we eens een goede scan maken van best practices in Europa en wellicht daarbuiten. Laten we een onderzoek opstarten en cijfers gaan verzamelen binnen en buiten de landsgrenzen. En als die er niet zijn, dan zorgen dat ze er komen. Bijvoorbeeld door goed te registreren wat de oorzaak is van ongevallen en deze relateren aan de rijopleiding. Want dan kunnen we daarna gaan praten over verbeteringen op basis van feiten en cijfers en ervaring, in plaats van op basis van buikgevoel en vooroordelen. Dat zijn we aan onze stand verplicht. En aan de verkeersdeelnemers in Nederland. Wij rijschoolbranche vormen immers de kopgroep als het gaat om verkeersveiligheid. Laten we daar samen naar handelen.

 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Frank Hoornenborg
Publicatie datum: Fri, 13 Sep 2019 06:00:42 +0000

Cursisten van failliete BOAA kunnen terecht bij Jongepier Verkeersopleidingen 

Jongepier Verkeersopleidingen heeft de zogeheten goodwill van Beroepsopleiding Autorij-instructeurs Arnhem (BOAA) overgenomen. Cursisten kunnen bij Jongepier terecht om de opleiding af te maken. BOAA werd 28 augustus failliet verklaard. 

Eind augustus viel het doek voor BOAA. Bij het faillissement waren drie mensen betrokken: de bestuurder en nog twee personeelsleden. De curator laat weten de oorzaak van het faillissement nog te onderzoeken, maar dat het aantal cursisten van de opleider terugliep.
Een doorstart in de overname van de goodwill door Jongepier, waaronder het klantenbestand, is nu een feit. De website van BOAA is nu nog in de lucht. Wie belt naar het algemene nummer komt terecht bij het antwoordapparaat. 

Opleiding afmaken

Jongepier is gevestigd in Aalsmeer. Simon Jongepier van het bedrijf bevestigt dat zij de cursisten de mogelijkheid bieden om de opleiding die ze bij BOAA volgden af te maken. Dat doet Jongepier tegen een ‘minimale vergoeding’, zo laat hij desgevraagd weten. “Sommige mensen zijn net gestart en andere zitten aan het eind van het traject. Voor de meeste cursisten van BOAA die de B-opleiding volgen is een oplossing gerealiseerd zodat zij de opleiding kunnen afmaken.”
Het gaat in totaal om vijfentwintig cursisten. Zij zijn overigens niet verplicht om hun opleiding via Jongepier te voltooien. Door het faillissement is de overeenkomst die ze hadden met BOAA opgeheven.

Goed onderbrengen

Jennie Greveling was eigenares van BOAA. Zij heeft Jongepier gevraagd de opleidingen te verzorgen zodat haar vaste klanten gewoon nog een plek hebben in Arnhem. “Ze wilden haar klanten goed onderbrengen en heeft ons benaderd hiervoor.”
Jongepier breidt de komende tijd het aanbod in Arnhem uit zodat ook de overige opleidingen daar gevolgd kunnen worden. “Dit heeft wel even tijd nodig”, zegt Jongepier. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 12 Sep 2019 11:44:48 +0000

Grapperhaus: verlopen rijbewijs écht niet gedogen

Ondanks druk van de Tweede Kamer, houdt minister Ferd Grapperhaus van Justitie voet bij stuk. Hij geeft geen onmiddellijke coulance aan ouderen die wachten op de verlenging van hun rijbewijs.

De Kamer had Grapperhaus gesommeerd naar het debat over de aanhoudende problemen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) te komen. Kamerleden vragen de minister verlopen rijbewijzen te gedogen voor getroffen ouderen, maar daar wil de bewindsman niet aan.

“Ik moet hier poortwachter spelen”, zegt Grapperhaus, ondanks het feit dat hij sympathie heeft voor de oproep van de Kamer. De maatregel waardoor de rijbewijzen van 75-plussers die wachten op het CBR automatisch met een jaar worden verlengd, moet namelijk nog langs beide Kamers en de Raad van State. De bewindsman zegt tijdens dat proces niet de vlucht naar voren te kunnen nemen door een gedoogbeleid te voeren. Grapperhaus: “Ik kan alleen maar zeggen dat mensen alleen met een geldig rijbewijs aan het verkeer kunnen deelnemen.” 

Eerder invoeren 

Half oktober hoort de minister van Infrastructuur meer over de ICT-systemen bij het CBR. Dan weet ze waarschijnlijk of het toch mogelijk is de regeling eerder in te voeren. Van Nieuwenhuizen hoopt voorzichtig op invoering op 1 november, maar “elke dag eerder is er één.”

Op het moment van invoering op 1 december hebben 80.000 mensen direct profijt van de administratieve verlenging van één jaar. Gedurende het jaar zijn er 190.000 mensen die gebruik kunnen maken van de regeling. De dossiers van deze mensen moeten overigens nog steeds beoordeeld worden, maar door de uitstel komt er lucht bij het CBR. 

Moties 

In het debat kwamen meerdere onderwerpen aan bod. Zo vroeg kamerlid Cem Laçin (SP) in een motie om een vergelijkbare coulanceregeling voor mensen met een ‘stabiel ziektebeeld’. Vooruitlopend op de stemming hierover geeft minister Van Nieuwenhuizen al aan dit verzoek door de Gezondheidsraad te laten beoordelen. Ook zegt ze dat er met een stofkam door de lijst met aandoeningen wordt gegaan om te zien of er niet een en ander kan worden geschrapt. 

Roy van Aalst (PVV) dient een motie in om het door Europa opgelegde schrappen van Code 95 op het rijbewijs van oudere chauffeurs op te schorten. Van Nieuwenhuizen antwoordt hierop dat Europa al erg meegaand is en dat dat niet zal gebeuren. 

Over de moties wordt donderdagmiddag 12 september gestemd. 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 12 Sep 2019 09:10:42 +0000

Terugdringen wachttijden CBR duurt sowieso tot 2020

Het gaat nog wat langer duren voor het CBR de opgelopen wachttijden voor mensen die zich voor een rijbewijs laten keuren weer de baas is. In het ergste geval kan het CBR mensen pas in de zomer van 2021 weer op tijd helpen, meldt minister Cora van Nieuwenhuizen.

Woensdagavond is er een plenair debat over de aanhoudende problemen bij het CBR. In voorbereiding hierop heeft minister van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat een brief aan de Kamer gestuurd met toelichting op de huidige stand van zaken en over de actie die tot nu toe is genomen om bij het CBR de boel op orde te krijgen. 

Het duurt nu gemiddeld negen weken voor er antwoord komt van het CBR. Dat kan oplopen tot twintig weken. Bij ruim een vijfde van de aanvragen lukt het niet ze binnen vier maanden af te handelen. De afhandeling zou 28 dagen moeten duren. De minister hoopt ervoor te zorgen dat de buitensporige wachttijden volgende zomer verleden tijd zijn. Dat is het gunstigste scenario dat het CBR zelf schetst. In de ‘worst case scenario’ blijven de wachttijden nog te lang tot aan 2021. 

Administratieve verlenging 

Er wordt op meerdere vlakken gewerkt om de wachttijden terug te dringen. Van Nieuwenhuizen hoopt dat de administratieve verlenging voor gezonde 75-plussers soelaas biedt en het CBR helpt sneller de wachttijden terug te dringen. Momenteel neemt juist de spoedprocedure veel tijd in beslag en veel van die spoedgevallen vervallen op het moment dat de verlenging in werking treedt. Van Nieuwenhuizen belooft op aandringen van de Tweede Kamer de regeling zo snel mogelijk te laten ingaan. De systemen worden momenteel getest en zodra er groen licht is gaat de regeling in; eind oktober wordt duidelijk of dat al eerder dan 1 december wordt. 

Naast de verlenging is ook de medische besliscapaciteit bij het CBR een punt van aandacht. Momenteel werken vijfenzeventig keuringsartsen voor het instituut, nog eens veertien artsen zijn gestart of staan op het punt van starten met de opleiding tot medisch adviseur. De wervingsactiviteiten voor keuringsartsen blijven ondertussen lopen. 

Personeelsbestand doorgelicht 

Het personeelsbestand in de top is doorgelicht. Pier Eringa is aangesteld als aanvulling op de raad van toezicht. Oud-direct Petra Delsing is inmiddels vertrokken, de minister geeft aan dat een vervanger voor het einde van het jaar moet zijn benoemd. Verder is binnen de organisatie de ICT-afdeling versterkt en het management van de divisie Rijgeschiktheid vervangen. “Dat leidt allemaal niet tot directe verbeteringen, maar op termijn moet het wel effect hebben”, schrijft de minister. 

Datalek 

In de brief aan de Kamer geeft de bewindsvrouw aan een oplossing voor het datalek rondom de medische gegevens te hebben. De lekken ontstaan bij het handmatig inscannen van medische gegevens, door een menselijke fout kwamen de scans in het dossier van een verkeerde persoon terecht. De oplossing houdt in dat de raadpleegfunctie in het dossier is uitgezet voor ingescande data. 

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 11 Sep 2019 14:05:18 +0000

Nog geen oplossing voor datalek medische gegevens bij het CBR 

Er is nog geen oplossing voor het lekken van medische gegevens bij het CBR. Tot nu toe is het 76 keer voorgekomen dat medische gegevens van een klant zichtbaar waren in het dossier van een andere klant. Deze lekken zijn verholpen en de desbetreffende klanten zijn geïnformeerd, maar het kan zomaar opnieuw gebeuren. “De betreffende activiteiten zijn in uitvoering”, schrijft minister Cora van Nieuwenhuizen in een antwoord op Kamervragen over de kwestie. 

De eerste keer dat er medische gegevens zichtbaar waren in het verkeerde dossier was op 24 januari 2018. Daarna gebeurde dit nog 76 keer. In sommige gevallen werd de misser opgemerkt door de klant, andere keren ontdekte het CBR zelf de fout. Van deze datalekken is steeds melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). 

De AP hanteert de volgende definitie van een datalek: ‘als persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen toegang tot die gegevens zouden mogen hebben.’ Als dat wel gebeurt, dan moet daarvan melding worden gedaan. Het niet melden van een datalek vormt een overtreding van de AVG. De toezichthouder, in Nederland de AP, kan in dat geval een boete opleggen van maximaal 10 miljoen euro of 2 procent van de jaarlijkse omzet. De melding bij de toezichthouder moet in principe binnen 72 uur na ontdekking plaatsvinden.

Niet uitgesloten 

De minister is op 8 augustus 2019 door het CBR over de datalekken op de hoogte gesteld,  nadat een journalist hier vragen over stelde. Het blunderen met medische gegevens was voor Kamerleden De Pater-Postma (CDA), Omtzigt (CDA), Van der Graaf (ChristenUnie), Schonis (D66) en Dijkstra (VVD) aanleiding om minister Cora van Nieuwenhoven aan de tand te voelen. Uit het antwoord van de minister van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat het lek nog niet gedicht is. De individuele gevallen zijn opgelost en de desbetreffende klanten zijn ingelicht. Het is echter niet uitgesloten dat het nogmaals gebeurt. 

“Het CBR heeft een plan van aanpak opgesteld om de risico’s aan te pakken die uit de uitgevoerde privacy impact assessment van de bedrijfskritische ICT-systemen zijn gekomen. De betreffende activiteiten zijn in uitvoering”, schrijft de bewindsvrouw. Ook geeft ze aan dat ze steeds over de voortgang hiervan geïnformeerd wordt door het CBR. 

Rapportage 

Het CBR rapporteert maandelijks een stand van zaken aan de minister vanwege verscherpt toezicht naar aanleiding van de lange wachttijden. Dat rapport wordt met de Kamer gedeeld. In het rapport worden vanaf nu ook datalekken meegenomen.  

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 03 Sep 2019 11:26:12 +0000

Brancheverenigingen rijschoolsector willen kaf van koren scheiden 

Onenigheid over betaling, beschuldiging van misleiding en leerlingen te snel op laten gaan voor examen. Het zijn klachten over rijscholen die steeds vaker worden neergelegd bij de brancheverenigingen in de rijschoolsector. De roep om professionalisering wordt luider, ook richting de politiek. Vakblad RijschoolPro vroeg de verenigingen of die roep terecht is en wat momenteel vanuit de verenigingen al wordt ondernomen om de sector te verbeteren. 

De laatste weken zijn opvallende zaken uit de rijschoolwereld in de media voorbijgekomen. Denk aan het faillissement van Verkeersschool Aalbregt en de commotie rondom Ben F. Het zijn uitwassen, maar ze vormen wel aanleiding tot een roep om een kwaliteitsslag.

Zowel Frank Hoornenborg van Bovag Rijscholen als Ruud Rutten van FAM deden via RijschoolPro een oproep aan politiek Den Haag om in te grijpen. Ook brancheverenigingen LBKR en VRB hebben kwaliteit hoog in het vaandel. Alle partijen hopen een positieve draai geven aan de verhalen en willen zich gezamenlijk hardmaken voor de branche. 

Klachten 

De uitwassen worden breed uitgemeten, maar het is de vraag of het nu werkelijk zo slecht gesteld is met de rijschoolbranche. Zowel FAM als VRB spreken van een duidelijk merkbare toename in het aantal klachten van consumenten over rijscholen. De inhoud van de lessen is meestal geen onderwerp, blijkt uit navraag. De klachten liggen vooral in de financiële sfeer en hebben regelmatig betrekking op de kosten van een pakket. Ook leerlingen die herhaaldelijk examen doen en niet slagen melden zich. Late betaling of terugbetaling zijn eveneens redenen om aan de bel te trekken, voor zowel rijschool als leerlingen. De klachten gaan lang niet altijd over leden van de verenigingen, maar ‘mensen willen ergens hun verhaal kwijt’, zegt secretaris Irma Brauers van VRB. 

Een kanttekening van Brauers: dat er meer klachten binnenkomen, betekent niet direct dat er meer misstanden zijn. De consument wordt mondiger en media-aandacht voor de uitwassen kan een rol spelen in het vaker aankaarten van onenigheden. 

Keurmerk 

RijschoolPro vroeg de verenigingen wat zij momenteel doen om de kwaliteit van de branche te bevorderen of te benadrukken. Zoals iedereen zegt: er zijn heel veel goede ondernemers, dat mag ook wel eens onder de aandacht worden gebracht. 

FAM moedigt certificering met het begin dit jaar ingestelde Rijleskeurmerk aan. Dat doen Bovag en de VRB niet. “Uiteraard niet”, zegt woordvoerder Tom Huyskens van Bovag. “Bovag is al bijna 90 jaar lang een keurmerk met alle garanties en zekerheden voor de consument, dus met een soortgelijk initiatief van een andere club hebben wij niets van doen.” 

VRB noemt het keurmerk een farce. “Als je een gedegen opleiding tot rijinstructeur hebt gevolgd en openstaat voor adequate bijscholingen is er geen apart keurmerk nodig. Je hebt bij het behalen van het WRM-certificaat eventueel aangevuld met RIS-aantekening en andere gecertificeerde bijscholingsitems al een keurmerk in handen. Op de eerste pagina van het  Startdocument van augustus 2016 hebben Bovag, FAM en VRB precies aangegeven waar winst te behalen is op kwaliteit: begin bij de instroom.” 

Jos Post van LBKR wijst ook naar de aankomende wijzigingen in de WRM. “De instroom van nieuwe instructeurs is belangrijk. De basis moet goed zijn, daar zijn we nu keihard mee bezig.” 

Verscherping toelatingseisen 

Om lid te worden van een branchevereniging moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een lidmaatschap kan daarom in zekere mate worden gezien als een bewijs van kwaliteit. Bij de LBKR is een WRM-nummer en CBR-registratie voldoende. Bovag is het strengst, hier is ook een VOG verplicht en er wordt een kredietwaardigheidscheck gedaan. 

Ruud Rutten van de FAM noemt aanscherping van de regels rondom het lidmaatschap ‘absoluut noodzakelijk’ en laat weten dat FAM dit momenteel bekijkt. “We rijden tegenwoordig rond met kinderen vanaf 16 jaar. Dit moet zowel voor de kandidaat als opvoeder veilig zijn, maar ook de opleider moet zodanig kunnen werken dat hij de tijd en ruimte heeft om een veilig weggebruiker af te leveren.” 

De VRB stipt bijscholing nog aan als verbeterpunt, deze vereniging zet in op certificering van de bijscholingsonderwerpen en de aanbieders ervan. 

Campagne richting consument 

Bovag richt zich in de communicatie niet alleen op de rijschoolhouder, maar ook op de consument. “We wijzen de consument via allerhande campagnes voortdurend op de voordelen van lessen bij een Bovag-lid.” De FAM doet dat niet. Rutten: “Er wordt al enorm veel gecommuniceerd door het CBR, overheid en brancheorganisaties. Dit laat onverlet dat onze branche nog steeds last heeft van een deel ondernemers die opereren om geld te verdienen en niet om echt op te leiden.” 

De VRB hangt de mening aan dat de kwaliteitseisen eerst moeten worden bijgesteld, voordat er campagne vanuit de vereniging naar de consument wordt gevoerd. “Je kunt zolang het vrijheid blijheid is in deze branche geen garantie geven dat alleen de rijscholen die bij een branchevereniging zijn aangesloten geen scheve schaats rijden.” 

Gezamenlijk optrekken 

De partijen geven aan elkaar regelmatig op te zoeken voor overleg. Brauers van VRB: “Negen van de tien overleggen stemmen we met elkaar af, in wisselende samenstellingen en met gebruikmaking van elkaars specialisme, kennis en ervaring. (…) We zoeken zelfs contact met vakbroeders in België, Noorwegen, Zweden en Duitsland.” 

De mate waarin professionalisering mogelijk is, hangt volgens alle partijen hoofdzakelijk af van wat er in Den Haag wordt besloten. Om daar een vuist te maken is het belangrijk om gezamenlijk op te trekken en een duidelijk signaal af te geven. Een vervolg op het Startdocument is daarom onderwerp van gesprek tussen de verenigingen.

Rutten van FAM: “ De brancheorganisaties trekken beter en meer met elkaar op dan ooit te voor. (…) We zijn nog te verdeeld. In Den Haag krijgen ze nu nog brieven van teveel verschillende partijen. Dat is niet goed dat lijkt op verdeeldheid terwijl we allemaal hetzelfde nastreven. Dus laat dit een oproep zijn voor iedereen binnen de branche. Samen staan we sterker.” 

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 05 Sep 2019 07:14:53 +0000

IBKI scherpt regeling aan rondom meerijden met WRM-examen 

Het meerijden van een opleider tijdens een WRM-praktijkrit is sinds 1 september vanwege de praktische uitvoerbaarheid alleen nog toegestaan bij het examen Fase 1b voor de categorie B en op verzoek van de kandidaat. Voorheen was meerijden voor de categorieën A, B, C, D, of E toegestaan. Dat meldt het IBKI op de eigen website. 

Om een soepel verloop van het examen te realiseren heeft het IBKI de volgende spelregels opgesteld:

  1. Op de examendag dient de kandidaat die wenst dat de opleider/begeleider meerijdt tijdens de praktijkrit, dit tijdens het melden kenbaar te maken aan de examensecretaris.
  2. De opleider/begeleider meldt zich op de meldtijd van de kandidaat persoonlijk bij de secretaris in het commissielokaal. De opleider moet een geldige WRM-bevoegdheidspas kunnen overleggen van de betreffende categorie.
    De secretaris gaat op het examenrooster na of het meerijden mogelijk is. Hij informeert de opleider/begeleider hierover en laat ook weten of er eventuele wijzigingen zijn.
  3. Tijdens de examenrit neemt de opleider zodanig achter in het examenvoertuig plaats dat de kandidaat en de beoordelaar voldoende zicht hebben.
  4. De opleider spreekt tijdens de praktijkrit niet inhoudelijk over het examen en de beoordeling met kandidaat en/of beoordelaar en gaat ook niet in discussie met de beoordelaar.
  5. Om de kandidaat niet te storen zijn mobiele telefoons tijdens het praktijkexamen uitgeschakeld.
  6. In het geval dat een gecommitteerde, een kwaliteitsbegeleider, een nieuw in te werken beoordelaar of een medewerker van het IBKI de praktijkrit bijwoont, kan de opleider/begeleider niet meerijden.
  7. De opleider/begeleider die de praktijkrit heeft bijgewoond, kan op verzoek van de kandidaat ook aanwezig zijn bij het verstrekken van de uitslag aan de kandidaat. Het moment van uitslag geven kan niet worden beïnvloed door het eventueel niet tijdig aanwezig (kunnen) zijn van een opleider/begeleider.
  8. Er kan slechts één opleider/begeleider tegelijk in het commissielokaal aanwezig zijn bij het bekendmaken van het resultaat van de kandidaat.
  9. De opleider/begeleider hoort de uitslag en informatie aan en onthoudt zich van opmerkingen en/of discussie met de examensecretaris, de beoordelaar en/of kandidaat in het commissielokaal.
  10. Ten behoeve van een snelle en soepele evaluatie zal de opleider/begeleider die bij een praktijkrit meerijdt, een enquêteformulier ontvangen dat direct na het examen ingevuld weer wordt teruggegeven aan de secretaris.

Opleiders/begeleiders die zich niet aan deze spelregels houden zullen worden uitgesloten van de mogelijkheid om de rijproeven en de daaruit voortvloeiende uitslag bij te wonen.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 05 Sep 2019 06:15:05 +0000

Hema biedt rijlessen aan in samenwerking met Wolf Rijbewijsshop

Haal je rijbewijs met Hema! Het is de slogan van een actie van het Hollandse warenhuis en rijschool Wolf Rijbewijsshop. Via Hema zijn vouchers aan te schaffen voor een theoriepakket en voor de eerste vijf praktijklessen. 

Sinds 2 september biedt Hema rijlessen aan in samenwerking met Wolf Rijbewijsshop. Voor 49 euro is een theoriepakket aan te schaffen, inclusief een theorieboek en toegang tot een online leer- en oefenomgeving. Het praktijkpakket van 149 euro bestaat uit vijf lessen. 

Fritjof Terlingen van Wolf zegt in een toelichting blij te zijn om met een partij als Hema deze actie op te kunnen zetten. “Het is een marketingactie, zoals we vaker acties houden om leerlingen te werven. We vinden het mooi om dat met een landelijke partij als Hema samen te doen.” 

Zeventig locaties

Wolf geeft rijlessen in meer dan zeventig plaatsen in Nederland. De rijschool heeft het hoofdkantoor in Breda en is een van de grotere rijscholen van het land. Wolf heeft meer dan honderd medewerkers in dienst en geeft les in nieuwe Mini’s, altijd met opvallende bestickering met het logo. Een tellertje op de site geeft op woensdag 4 september aan dat er 39.318 mensen hun rijbewijs dankzij Wolf hebben gehaald. 

Voor Hema is het de eerste keer dat ze samenwerken met een rijschool, laat een woordvoerster weten. Het initiatief is vanuit het warenhuis gekomen en het is een exclusieve afspraak. De vouchers zijn te koop tot eind september en in te wisselen tot eind volgend jaar. Per klant kan maximaal één voucher voor de theorie en praktijk worden ingewisseld. 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 04 Sep 2019 08:20:17 +0000