Tiener (18) moet na tien dagen rijbewijs weer inleveren

Een 18-jarige Naaldwijker had net tien dagen zijn rijbewijs op zak toen hij door de politie werd aangehouden met vijf keer de toegestane hoeveelheid alcohol in zijn bloed. Het rijbewijs is hij kwijt.

Op 13 november slaagde een 18-jarige jongen uit Naaldwijk voor zijn B-rijbewijs. In de nacht van zaterdag op zondag kon hij het alweer inleveren. Zijn documenten werden bij een controle gecheckt en hij moest een blaastest ondergaan waarbij 455 ug/l blies. De politie is verbaasd over het gedrag van de Naaldwijkers. Op het twitteraccount van Politie Westland is te lezen: “Joepie, leuk, gefeliciteerd! Alle verkeersregels vers in het geheugen. Dan is het niet zo verstandig om als beginnend bestuurder met alcohol op naar huis te rijden.”

Beginnend bestuurder

Voor beginnende bestuurders geldt een maximum van 88 ug/l. Een ug/l van 455 betekent dat hij ongeveer een promillage van 1,03 in zijn bloed had. Deze alcoholwaarde betekent direct inleveren van het rijbewijs en een verplichte cursus bij het CBR.

Foto: Politie Westland

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 26 Nov 2019 10:44:13 +0000

Rijden in het buitenland met verlengd rijbewijs toch mogelijk

Wie onder de administratieve rijbewijsverlenging voor senioren valt en om ‘schrijnende redenen’ ook in het buitenland wil rijden, maakt aanspraak op een voorrangsbehandeling om alsnog een fysiek, nieuw rijbewijs te krijgen. 

Vanaf 1 december geldt er een administratieve verlenging voor het rijbewijs van 75-plussers. Daarmee wordt de werkdruk bij het CBR verlicht en hoeft een groep senioren niet te wachten op de verwerking van hun medisch dossier; zij mogen hun rijbewijs één jaar langer gebruiken. In de tussentijd hoopt het CBR de achterstand weg te werken.

Het administratief verlengde rijbewijs is echter niet geldig in het buitenland. Minister Cora van Nieuwenhuizen is bij het CBR nagegaan of er voor de groep die binnen de verlenging valt en die in bepaalde gevallen wél in het buitenland wil rijden een regeling kan worden getroffen. Die regeling komt er nu, maar alleen voor ‘schrijnende gevallen’. Dat valt te lezen in een brief van de minister aan de Eerste Kamer.

Schrijnende argumenten

De voorrangsbehandeling is er voor wachtende rijbewijsbezitters als er sprake is van een volgende schrijnende situatie:

  • De klant heeft een ernstig ziek familielid in het buitenland;
  • Er is een overlijdensgeval van een familielid in het buitenland;
  • De klant werkt in het buitenland;
  • Onvoorziene schrijnendheid vanwege (cumulatie van) andere factoren.

Dat betekent het volgende: als een rijbewijshouder een brief krijgt waarin het CBR aangeeft dat hij of zij behoort tot de doelgroep waarop de regeling van de administratieve verlenging van toepassing is, zal hij of zij vervolgens schriftelijk of telefonisch kunnen vragen om een voorrangsbehandeling vanwege een van bovenstaande argumenten. Het CBR zal dit beoordelen aan de hand van de bovenstaande criteria. Het totaal aantal voorrangsbehandelingen per maand bij het CBR is gelimiteerd, zodat de reguliere productie op peil blijft. Op dit moment schat het CBR in dat deze nieuwe doelgroep past binnen deze limiet.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Tue, 26 Nov 2019 12:37:30 +0000

Ook mensen met autisme mogen nu medicatie gebruiken in het verkeer

Psychostimulantia zijn vanaf nu toegestaan in het verkeer voor mensen met een autisme-diagnose. Voorheen gold dit alleen voor mensen met een ADHD-diagnose of een slaapstoornis. Onder bepaalde voorwaarden mag nu iedereen die de medicatie slikt deelnemen aan het verkeer.

In de ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ staan de eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een voertuig beschreven. De regeling is onlangs aangepast in het voordeel van mensen met autisme.

Psychostimulantia zijn medicijnen met een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel. Het gaat om de middelen methylfenidaat (zoals Ritalin), dexamfetamine, atomoxetine en modafinil. Onlangs adviseerde de Gezondheidsraad in een rapport om het (therapeutische) gebruik van psychostimulantia onder voorwaarden ook toe te staan voor mensen met een andere diagnose dan ADHD of een slaapstoornis. Dit advies is nu overgenomen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Autisme in het verkeer

‘Dit is een belangrijke stap als het gaat om gelijke rechten voor automobilisten met autisme in het verkeer’, zegt NVA-directeur Karol Henke. De Nederlandse Vereniging voor Autisme heeft zich ingezet om deze wijziging te realiseren. Voorheen zagen mensen met autisme zich genoodzaakt om een ‘extra’ diagnose ADHD te bemachtigen om zo alsnog te mogen autorijden, schrijft de vereniging in een toelichting. “Relatief veel mensen met autisme hebben ook kenmerken van ADHD; zij kunnen om die reden ook veel baat hebben bij een therapeutische behandeling met psychostimulantia.”

Voorwaardes

Een voorwaarde is onder meer dat iemand geen bijwerkingen (meer) ervaart die een gevaar kunnen opleveren in het verkeer. Bij amfetamine en dexamfetamine moet de gebruiker daarnaast in elk geval drie dagen wachten voordat hij of zij weer deelneemt aan het verkeer. Bovendien is bij deze twee middelen in het verkeer nog altijd de Opiumwet van toepassing. Het gebruik van amfetamine en dexamfetamine in het verkeer kan worden aangetoond door middel van de nieuwe speekseltest die de verkeerspolitie sinds 2017 gebruikt.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 28 Nov 2019 06:57:34 +0000

‘Nut en noodzaak wijzigingen RRM moeten worden onderzocht’

Niet alle wijzigingen in de Regeling rijonderricht motorrijtuigen zijn nuttig en noodzakelijk. Dat concludeert het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Door het rapport van de ATR staat de inwerkingtreding van de ‘nieuwe WRM’ op 1 januari 2020 op losse schroeven. Het ministerie van IenW laat weten op ‘korte termijn’ een brief aan de Kamer te sturen, waarin duidelijk moet worden hoe het nu verder gaat.

Het afleggen van de praktijkbegeleiding met een leerling zonder rijbewijs en de verplichtingen met betrekking tot de stage zijn voor het Adviescollege toetsing regeldruk redenen om aan de bel te trekken. Het ATR adviseert de regering en Staten-Generaal om de regel­druk voor bedrijven, burgers, en beroepsbeoefenaren in de zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid, zo laag mogelijk te maken. Zo’n advies is overigens vrijblijvend. De minister kan er dus voor kiezen het rapport naast zich neer te leggen.

Mogelijk minder stageplaatsen

Het doel van de wijzigingen in de Regeling is het bevorderen van de kwaliteit van stages en bijscholing van rijinstructeurs en daarmee de kwaliteit van rijonderricht. RijschoolPro zette de wijzigingen eerder al op een rijtje. Het ATR constateert nu dat niet van alle maatregelen nut en noodzaak zijn onderbouwd.

Om stagebegeleider te mogen worden is straks vijf jaar ervaring vereist, dat was voorheen drie. Die aanscherping kan ertoe leiden dat minder mensen zich melden als stagebegeleider en dat er ook minder stageplaatsen zijn, concludeert het ATR. Het college vraagt daarom een toelichting van de effectiviteit van de wijziging en om daarbij aandacht te besteden aan hoe ongewenste effecten worden voorkomen.

Leerling zonder rijbewijs

De gewijzigde Regeling bevat de verplichting voor rijinstructeurs om tijdens de bijscholing les te verzorgen aan een leerling die nog geen rijbewijs heeft en dus niet bevoegd is om te rijden. Die wijziging vormt een belemmering voor rijinstructeurs die alleen rijles geven aan leerlingen die wél een rijbewijs hebben, concludeert het college. Het ATR adviseert een aanpassing zodat een rijinstructeur tijdens de bijscholing alleen rijles hoeft te geven aan leerlingen met een vergelijkbaar ervaringsniveau als het niveau waar de instructeur in zijn praktijk les aan geeft.

Onderscheid in type instructeur

Het college adviseert bovendien om na te gaan of het mogelijk is bij de eerstvolgende wetswijziging een verschil aan te brengen in de bevoegdheid van rijinstructeurs naar gelang zij rijles geven aan leerlingen die wel en niet al rijbevoegd zijn. Dat betekent in de praktijk dat er een WRM-pas komt voor instructeurs die lesgeven aan leerlingen mét rijbewijs en een andere pas voor instructeurs die lesgeven aan kandidaten zónder rijbewijs.

Om de werkbaarheid van de regelgeving te waarborgen adviseert het ATR om duidelijk te maken wanneer het voorstel in werking treedt. De datum die nu op de planning staat is 1 januari 2020.

Reacties uit de sector

De kritiekpunten in het rapport van het adviescollege komen overeen met de reacties uit de sector die bij de internetconsultatie naar boven zijn gekomen. De openbare reacties zijn te verdelen in twee categorieën: enerzijds is er bezwaar tegen de ‘echte rijbewijsleerling’ tijdens de praktijkbegeleiding, anderzijds wordt bezwaar gemaakt tegen de wijzigingen in het stagetraject van de rijinstructeur. RijschoolPro gaf eerder al een overzicht van deze bezwaren.

Haalbaarheid van 1 januari

De haalbaarheid van 1 januari staat met het rapport enigszins op losse schroeven. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat er wordt gewerkt aan een reactie. Die moet er op ‘korte termijn’ zijn, waarschijnlijk in de loop van volgende week.

Het ministerie bereidt een reactie voor op het rapport van het ATR én op alle reacties die uit de internetconsultatie zijn gekomen. Nogmaals een kanttekening: het ministerie is vrij om te bepalen wat er gebeurt met het advies. Het kan dus zijn dat zij het naast zich neerleggen of pas na invoering van de wijziging kijken naar een volgende aanpassing. Mocht de inwerkingtreding worden uitgesteld, dan is het waarschijnlijk dat dit met één of twee kwartalen is.

Gevolgen uitstel

Een van de wijzigingen in het Besluit rijonderricht motorvoertuigen heeft te maken met het aantal praktijkbegeleidingen die een instructeur moet afleggen om de bevoegdheid te behouden. Volgens het nu geldende Besluit moeten er twee praktijkbegeleidingen worden gedaan, zodra de wijziging in werking treedt is dat er nog één. Ook de sanctie bij onvoldoende resultaat van de praktijkbegeleiding verandert. Dat de wijziging mogelijk later dan 1 januari in werking treedt, betekent voor sommige instructeurs dat zij alsnog een tweede praktijkbegeleiding moeten afleggen en dat de sanctie nog in stand blijft.

Handige links: 

Lees ook:

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 27 Nov 2019 09:29:18 +0000

Nieuwe vraagsoorten bij theorie-examens Taxi, T-rijbewijs en ADR

Vanaf februari 2020 worden wijzigingen ingevoerd in de vraagsoorten van de theorie-examens voor Taxi, T-rijbewijs en ADR. De nieuwe vraagsoorten moeten zorgen voor meer variatie, zodat de voorspelbaarheid van het examen vermindert. De inhoud, het aantal vragen en de slaagdrempel van de examens blijven hetzelfde.

Het CBR laat weten dat het doel van de invoering van de nieuwe vraagsoort is om het theorie-examen toekomstbestendig te houden. ‘De invoer van nieuwe vraagsoorten draagt bij aan het verminderen van de voorspelbaarheid van het examen doordat er meer variatie wordt aangebracht.’ Daarnaast is het toevoegen van sommige nieuwe vraagsoorten prettig voor kandidaten die moeite hebben met lezen.

De wijzigingen

In 2018 zijn nieuwe vraagsoorten ingevoerd bij de theorie-examens voor onder meer Taxi en het T-rijbewijs. Het ging toen om de sleepvraag, de single sleepvraag, de invulvraag en de hotspotvraag.

Vanaf 1 februari 2020 worden in de theorie-examens voor Taxi en het T-rijbewijs over meer onderwerpen vragen gesteld in de vorm van een sleepvraag, single sleepvraag of hotspotvraag. Deze uitbreiding kan plaatsvinden op bestaande onderwerpen en nieuwe onderwerpen.

Per 1 mei 2020 worden andere, nieuwe vraagsoorten ingevoerd bij de theorie-examens voor Taxi en het T-rijbewijs examen. Voor Taxi gaat het om de ja/nee vraag, de volgorde vraag en mogelijk ook de multiple respons vraag. Voor het T-rijbewijs gaat het om de ja/nee-vraag, de volgorde-vraag, de multiple respons en de matrixvraag.

Per 1 juli 2020 worden nieuwe vraagsoorten ingevoerd bij de theorie-examens voor ADR Basis (V). De hotspotvraag en de invulvraag worden toegevoegd aan het examen. Deze vraagsoorten worden alleen toegevoegd bij de onderwerpen Gevaarsetiketten (hotspotvraag) en Gevarenklassen (invulvraag).

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Wed, 27 Nov 2019 06:09:37 +0000

Bovag: ‘Rijhulpsystemen moeten onderdeel worden van praktijkexamen’

Het gebruik van rijhulpsystemen in de auto moet onderdeel worden van de rijopleiding en van het praktijkexamen. Daar wil brancheorganisatie Bovag zich samen met het IBKI en het CBR voor inzetten. De club gaat via aangesloten leden en eigen media inzetten op voorlichting over de zogeheten ADAS. 

Bovag kondigt de plannen met betrekking tot ADAS (advanced driver assistance system, ofwel rijhulpsystemen) aan na de publicatie van het rapport Wie Stuurt? van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. De Raad concludeert dat er veel winst te behalen is op het gebied van verkeersveiligheid door rijhulpsystemen. Een van de aanbevelingen van de Raad luidt dat automobilisten beter moeten worden geïnformeerd over de mogelijkheden en beperkingen van ADAS – ook door de rijschool.

Nog geen verplichting

In de huidige opzet van het rijexamen dat wordt afgenomen door het CBR wordt niet standaard getoetst op een juist gebruik van diverse rijhulpsystemen die aanwezig zijn in het voertuig. Vanwege de verschillen tussen ADAS in auto’s kan het gebruik bij het praktijkexamen nog niet verplicht worden gesteld. Toch moet het CBR stappen ondernemen, vindt de Raad. Zo zouden vragen over ADAS onderdeel moeten worden van het theorie-examen.

Een knelpunt waar de Raad rekening mee houdt, is dat veel rijscholen niet beschikken over voertuigen die uitgerust zijn met ADAS én dat de voertuigen die het wel hebben vrijwel allemaal automaten zijn. Daardoor heeft de rijbewijsleerling bij slagen een rijbewijs waarmee niet in een handgeschakelde auto mag worden gereden. Ook uit de Raad zorgen over de bekwaamheid van rijinstructeurs op het gebied van ADAS.

Actiepunten

De aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zijn onder meer aan het adres van Bovag. De brancheorganisatie reageerde de volgende dag al met de mededeling zich hard te willen maken om ADAS te integreren in de rijopleiding en het praktijkexamen.

De rol van de branchevereniging is vooral gericht op voorlichting, zo komen er instructievideo’s op YouTube en de eigen website. Aangesloten rijscholen en andere Bovag-leden kunnen op hun beurt klanten van meer informatie voorzien, die door de vereniging wordt aangedragen. Samenwerking met en informatieverstrekking door fabrikanten en importeurs is hierbij essentieel, vindt Bovag, zodat de hele keten vanaf de bron doordrongen kan raken van een juiste omgang met ADAS-systemen.

Bovag is overigens ondertekenaar van het ADAS Convenant waarin 51 organisaties hebben afgesproken zich in te zetten voor het verhogen van veilig gebruik van de rijhulpsystemen.

Uniforme namen

Ten slotte benadrukt de branchevereniging dat een uniforme benaming van systemen, evenals een gelijke functionaliteit kan helpen om de informatie bij de consument te laten beklijven. Daar wil de Bovag een actieve bijdrage aan leveren samen met andere partners in de ADAS-alliantie.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 02 Dec 2019 10:27:09 +0000

Rekenkamer: autobelastingen moeten op de schop

De Algemene Rekenkamer vindt dat het kabinet de autobelastingen tegen het licht moet houden. Vrijstellingen, teruggaven en kortingen zijn bedoeld om bij te dragen aan verbetering van de luchtkwaliteit en het klimaat en om te zorgen voor een stabiele stroom aan inkomsten. Maar in de meeste gevallen worden deze hoofddoelen niet gehaald.

De Rekenkamer noemt bijvoorbeeld de regeling die het privégebruik van oudere (diesel)auto’s van de zaak met een lage dagwaarde aantrekkelijk maakt. “Dat werkt veroudering van het wagenpark in Nederland in de hand, wat uit oogpunt van luchtkwaliteits- en klimaatdoelen onwenselijk is,” aldus de onderzoekers.

Inkomsten lopen terug

Het principe dat de vervuiler betaalt gaat volgens de rekenkamer ook niet op bij de motorrijtuigenbelasting (mrb) en de belasting van personenauto’s en motorrijtuigen (bpm). Automobilisten die weinig rijden, betalen net zo veel als de grootgebruikers. Deze belastingen zijn daarnaast niet gebaseerd op uitstoot van koolstofdioxide (CO2), waardoor de tarieven niet gekoppeld kunnen worden aan uitstoot.

Als de autobelastingen niet worden aangepast, zullen de inkomsten volgens de onderzoekers teruglopen. “Hoe meer elektrische auto’s, hoe minder benzine- en dieselauto’s er zijn. Daardoor komt er minder bpm binnen en minder accijns, omdat er minder wordt getankt,” aldus een woordvoerder van de Rekenkamer.

Onjuiste prikkels

Verantwoordelijk staatssecretaris Menno Snel (Financiën) zegt een aantal van de bijzondere regelingen te willen heroverwegen. Hij erkent dat de maatregelen niet altijd voor de juiste prikkels zorgen om de schone keuze te maken. “Daarnaast kunnen deze bijzondere regelingen leiden tot ongelijke belastingdruk tussen burgers en bedrijven en maken ze het stelsel complexer”, aldus Snel.

Momenteel kennen de autobelastingen 54 vrijstellingen, teruggaven en kortingen. Er zijn bijvoorbeeld regelingen voor bestelauto’s oldtimers, taxi’s en brandweerauto’s. In totaal is daarmee een bedrag gemoeid van ongeveer 2 miljard euro in 2018. Volgens de rekenkamer moet het kabinet de bijzondere regelingen heroverwegen als zij niet bijdragen aan de hoofddoelen van de autobelastingen en ook geen andere reden hebben.

(ANP)

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Mon, 02 Dec 2019 06:25:24 +0000

Automaatcode 78 wordt in Duitsland geschrapt

De automaatcode 78 op het rijbewijs wordt in Duitsland halverwege volgend jaar geschrapt voor nieuwe rijbewijsbezitters. Kandidaten volstaan met een leermodule van tien lesuren binnen de totale rijopleiding om in een handgeschakelde auto te mogen rijden. Het examen kan dan worden afgelegd in een automaat. Dat bevestigt Dieter Quentin, voorzitter van de Duitse branchevereniging BVF.

Aan het concept voor de precieze invulling van het schrappen van de automaatcode wordt nu nog gewerkt. “Dat moet er voor de Kerst liggen”, vertelt Quentin. Hij is voorzitter van de Bundesvereiniging der Fahrlehrerverbände. Het Duitse verkeersministerie gaat er vanuit dat volgend jaar zomer alles rond moet zijn. Deze regeling is voor wie het rijbewijs nog moet halen, de code vervalt vooralsnog niet voor mensen die al een rijbewijs met de automaatcode hebben.

Deze regeling voor aanstaande rijbewijsbezitters geldt vooralsnog alleen in Duitsland. Het is nog onbekend of het schrappen van de automaatcode in Nederland en de rest van Europa op een vergelijkbare manier gaat plaatsvinden.

Voorwaarden

Voor een rijbewijs zonder beperking moet de kandidaat wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

  • De rijbewijskandidaat volgt tijdens zijn opleiding bij de rijschool tenminste tien lessen van 45 minuten in een handgeschakeld voertuig. Die training moet volstaan om de vaardigheden en capaciteiten te hebben om handgeschakeld te rijden.
  • De bijscholing om handgeschakeld te rijden wordt afgesloten met een examen van ten minste vijftien minuten. Dit examen wordt bij de rijschool afgelegd. De kandidaat moet aantonen dat hij de hellingproef beheerst, goed kan schakelen, voorrangssituaties herkent en klimaatvriendelijk kan rijden.
  • De rijinstructeur bevestigt de deelname aan de bijscholing en het afleggen van de test aan de Duitse variant van het CBR.

Waarborgen

Na overlegging van dit certificaat aan de rijbewijsautoriteit moet de registratie van de beperking voor automatische voertuigen in het rijbewijs worden weggelaten. De kwaliteit van de maatregel en de onpartijdigheid van de rijschool en rijinstructeurs moeten worden gewaarborgd door maatregelen zoals uniforme formulieren, kennisgeving en monitoring van de rijschool. “Het is de bedoeling dat zowel de rijuren op het handgeschakelde voertuig als de test worden voltooid vóór het praktijkexamen,” aldus Dieter Quentin.

Lees ook: 

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Fri, 29 Nov 2019 07:43:08 +0000

Veiligheidswinst rijhulpsystemen onvoldoende benut

Om ervoor te zorgen dat rijhulpsystemen daadwerkelijk bijdragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid, zijn maatregelen nodig. Ten eerste moet verkeersveiligheid voorop staan bij de ontwikkelingen van nieuwe systemen, ten tweede moeten automobilisten beter worden geïnformeerd over de mogelijkheden en beperkingen ervan – ook door de rijschool. Het zijn aanbevelingen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid.

De overheid heeft de ambitie om het aantal verkeersslachtoffers terug te brengen naar nul in 2050 en verwacht daarbij een belangrijke bijdrage van automatisering. Volgens de Onderzoeksraad kunnen rijhulpsystemen worden ingezet om veiligheidswinst te behalen, maar dan moet er meer worden gedaan dan nu het geval is.

Aanbevelingen

De verantwoordelijkheid om de veiligheid van ADAS te verbeteren ligt bij de fabrikanten, redeneert de Raad. Daarom bevelen zij de auto-industrie aan om verkeersveiligheid als beginsel te hebben bij het ontwikkelen van nieuwe systemen, en dus niet het mogelijke concurrerende voordeel. Europese wetgeving moet die omslag naar maatschappelijk verantwoord innoveren verplicht stellen.

Bovendien moeten automobilisten beter worden geïnformeerd over de mogelijkheden en beperkingen van ADAS. Dat is een taak voor autodealers, maar het moet ook ingepast worden in rijlessen en het rijexamen om zo nieuwe bestuurders te informeren.

Rol voor de rijschool

De huidige Europese wetgeving voor het rijexamen is strak voorgeschreven. Voor lidstaten is er weinig ruimte om het rijexamen zelf in te vullen. In de huidige opzet van het rijexamen dat wordt afgenomen door het CBR wordt niet getoetst op een juist gebruik van diverse rijhulpsystemen die aanwezig zijn in het voertuig. Over het algemeen wordt nieuwe technologie pas opgenomen in het rijexamen als het gemeengoed is.

Dat kan beter, vindt de Raad. Het CBR zou vragen over ADAS moeten opnemen in het theorie-examen. Vanwege de verschillen tussen ADAS in auto’s kan het gebruik bij het praktijkexamen nog niet verplicht worden gesteld.

Een knelpunt waar de Raad rekening mee houdt, is dat veel rijscholen niet beschikken over voertuigen die uitgerust zijn met ADAS én dat de voertuigen die het wel hebben vrijwel allemaal automaten zijn. Daardoor heeft de rijbewijsleerling bij slagen een rijbewijs waarmee niet in een handgeschakelde auto mag worden gereden.

De Raad uit zorgen over de bekwaamheid van rijinstructeurs op het gebied van ADAS. Samen met de SWOV en andere partijen doet het CBR onderzoek naar de toekomstige invulling van het gebruik van ADAS bij het rijexamen.

Verbeterpunten

Er zijn een hoop verbeterpunten als het aankomt op de invoering en toepassing van ADAS in het verkeer, concludeert de Raad. Allereerst zijn de systemen nog in ontwikkeling. Ook weten bestuurders vaak niet wat de systemen wel of niet kunnen, waardoor risicovolle situaties ontstaan. Fabrikanten houden bovendien te weinig rekening met de gebruikers van deze systemen. De eisen die de overheid aan auto’s stelt, sluiten niet goed aan bij de huidige generatie rijhulpsystemen en er wordt te weinig van ongevallen geleerd om de verkeersveiligheid van rijhulpsystemen te verbeteren. Nu bijsturen is daarom noodzaak, aldus de Raad.

Bron: Verkeerspro
Auteur: Rieneke Kok
Publicatie datum: Thu, 28 Nov 2019 13:46:37 +0000